Stuur dit nieuwsbericht door

Job Cohen, geschikt of ongeschikt?

Als Job Cohen voldoende kiezers wil verzamelen om premier van Nederland te worden is het zeer onverstandig als hij zich te nadrukkelijk profileert met zijn visie over het drugsbeleid. In zijn hoedanigheid als burgemeester van Amsterdam heeft hij zich sterk gemaakt tegen het paddoverbod, tegen het sluiten van coffeeshops nabij scholen maar voor een evenwichtige spreiding van coffeeshops over de stad, het regelen van de achterdeur, enz. In de landelijke verkiezingsstrijd naar 9 juni legt een dergelijk pleidooi voor een genuanceerd drugsbeleid het altijd af tegen die politici die drugs uit de wereld willen hebben middels bestrijding. Dergelijke hardliners spelen in op de wens-is-de-vader-van-de-gedachte en kunnen rekenen op veel bijval onder de kiezers (zelfs bij degenen die vanuit het oogpunt van overlastbestrijding voorstanders zijn van het legaliseren van drugs!).

Een extra complicerende factor hierbij is dat Job Cohen ook niet volledig kan rekenen op zijn eigen partij. Zo heeft de (ex-)Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst (PvdA) de afgelopen dagen menig standpunt in het drugsdebat ingenomen waar CDA Minister Klink van VWS nog progressief bij was. Er is binnen de PvdA nog steeds een stroming uit de "oude socialistische doos" om de arbeidersklasse te verheffen en daarom geen alcohol mogen drinken (alcohol is opium voor het volk) en sinds de laatste decennia dus ook geen jointje mogen opsteken. In die zin heerst bij delen van de PvdA dezelfde mentaliteit van moraalridders als bij het CDA (nb: Het is de paarse regering 1 en 2 van PvdA, D66 en VVD geweest die in de jaren negentig met een lange lijst aan afbraak van het Nederlandse drugsbeleid is begonnen!). Bij zorgvuldige bestudering is de positieve opstelling van Cohen over coffeeshops niet zozeer gebaseerd op een visie van het drugsbeleid van Harm Reduction, maar op zijn doelstelling van de-boel-bij-elkaar-houden, waarbij hij de coffeeshop als multi-culturele ontmoetingsplek beschouwd. Deze, overigens interessante en door mij gedeelde, visie over de functie van coffeeshops geeft dus geen zekerheid in hoeverre hij als toekomstig premier zorg zal dragen voor de noodzakelijke uitbouw van het Nederlandse drugsbeleid op basis van het zelfde Harm Reductionmodel.

Tenslotte, mijn ervaring in Amsterdam leert dat de vernieuwende visies van alle opeenvolgende Amsterdamse burgemeesters vanaf 1970 over het drugsbeleid grotendeels afhankelijk waren van in hoeverre zij door de "gestaalde" kaders van het eigen stadhuis en die van politie/OM en de verslavingsinstanties durfden heen te breken. Met zijn brief van december 2009 richting "Den Haag" met verregaande positieve voorstellen voor de toekomst van het Nederlandse drugsbeleid (trouwens niet alleen over het coffeeshopbeleid maar ook ten aanzien van het testen van drugs, het decriminaliseren van de zogenaamde uitgaansdrugs enz.) heeft burgemeester Cohen moed getoond. De vraag is of hij daar überhaupt toe in staat is als premier van Nederland? Laten we het hopen!

August de Loor

Adviesburo Drugs, april 2010

Terug naar het nieuwsoverzicht