Reactie op
Hierbij een reactie op het boek "stoppen met blowen" van Yoram Stein dat onlangs verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Het bizarre van het boek van Yoram Stein is dat zijn argumenten over de laconieke houding van de overheid en de drugsinstellingen (met name van het Trimbosinstituut) jegens de (vermeende) gevaren van cannabis, precies dezelfde zijn waarop sinds de eerste helft van de jaren negentig de verharding van het Nederlandse softdrugsbeleid startte (sluiten coffeeshops, strengere gedoogregels, start aanpak kweek Nederwiet, enz.).
Als het tegenwoordig zelfs normaal is dat drugshonden ingezet worden om op scholen leerlingen te besnuffelen op het gebruik van cannabis, schoollockers worden doorzocht (waar bijna nooit een "buit" wordt aangetroffen), drugsinstellingen cannabis sinds een aantal jaren als verslavend omschrijven (welke overtreffende term blijft er nog over voor harddrugs?), de overheid coffeeshops nabij scholen wil sluiten en gesnapte thuistelers van Nederwiet hogere straffen krijgen dan bijvoorbeeld een huisdealer van heroïne, roept dit de vraag op waar Yoram Stein zijn beschuldigingen van een slappe overheid jegens cannabis op baseert.
En daarbij, het argument dat Yoram Stein verslaafd is geraakt doordat Nederwiet tegenwoordig tot wel vijf keer sterker is geworden raakt kant nog wal. Wanneer een alcoholist stopt met drinken en de schuld van zijn verslaving legt bij het verschil in promillage tussen bier en whisky, zou geen enkele journalist hier aandacht aan besteden.
Hoe komt het toch dat als het om verslaving aan drugs gaat (niet alleen cannabis!) het vingertje altijd naar het middel gaat als bron van alle kwaad en niet gekeken wordt naar hoe de persoon met dat middel is omgegaan? Hoe komt het toch dat als het over problemen met drugs gaat haast automatisch de overheid een slappe houding verweten wordt? Is de drug nog legaal dan moet het verboden worden, is het middel al verboden dan moet er harder opgetreden worden, etc. etc. Het ontbreekt hierbij aan voldoende nuance.
Blijft over dat er wel degelijk aandacht besteedt moet worden aan cannabis. Nederwiet is weliswaar enigszins sterker geworden, maar dat is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen met Nederwiet. Een stevige discussie over de ontwikkelingen van dit product is dan ook op zijn plaats. Hetzelfde geldt voor het gebruik van cannabis onder jongeren waar in mijn ogen er teveel van wegvluchten in "de wolk van wietdampen". Maar ook deze discussie over wat hierop het antwoord moet zijn, moet vanuit een breed perspectief gevoerd worden.
Zonder ook maar op enige manier de werking met elkaar te vergelijken vertoont cannabis en alles wat zich daar om heen afspeelt dezelfde volkse trekken als dat van alcohol wat betreft het aanbod van soorten, verkooppunten, gebruik, misbruik enz. een logische ontwikkeling omdat cannabis na alcohol tot het meest gebruikte genotsmiddel uitgegroeid is.
Het is in dat perspectief hoe het cannabis- en coffeeshopbeleid verder ontwikkeld moet worden. Helaas geeft het boek van Yoram Stein daarvoor te veel oneigenlijke argumenten.
Als mijn bijdrage hieraan voeg ik een deel van mijn open brief aan Het Parool toe, geschreven naar aanleiding van de discussie over het sluiten van coffeeshops nabij scholen.
Uit:
NIET COHEN MAAR BALKENENDE MOET TOT DE ORDE WORDEN GEROEPEN,
August de Loor, februari 2010
......
Ik vertrouw erop dat burgemeester Cohen snapt dat in een moderne samenleving met uiteenlopende wensen en behoeften in leefstijlen, werk, vrijetijdsbesteding en een diversiteit aan bevolkingsgroepen, het ondenkbaar is dat er slechts behoefte is aan één genotsmiddel, alcohol.
In weerwil van allerlei internationale verboden en nationale inspanningen is cannabis uitgegroeid tot het tweede genotsmiddel in de wereld. Miljoenen mensen beleven hier plezier aan door, net zoals bij alcohol, te leren wat het verschil is tussen gebruik en misbruik .
Nederland is het enige land in de wereld waar personen van boven de 18 jaar, in een niet-criminele omgeving, ver weg van harddrugs, cannabis kunnen aanschaffen en gebruiken; de door de overheid streng gecontroleerde coffeeshop. Een systeem dat de toets der kritiek ruimschoots doorstaat (alleen nog de achterdeur regelen!).
Het is de uitdaging ook een cannabisbeleid te ontwikkelen voor jongeren onder de 18 jaar waarbij het alcoholmatigingsbeleid hierbij als leidraad kan dienen (n.b. in dit beleid staat geen enkel voorstel om cafés nabij scholen te sluiten).
Het matigingsbeleid gaat er vanuit dat de moderne jeugd steeds eerder op zoek gaat (vanuit zichzelf dan wel maatschappelijk opgelegd) naar een eigen identiteit in schoolkeuze, carrièreplanning, vrijetijdsbesteding, seksuele geaardheid, keuze vrienden met als gevolg dat zij in deze tijdgeest naar vroegvolwassenheid ook eerder met het gebruik van alcohol beginnen.
Het spreekt voor zich dat jongeren in hun puberale levensfase kwetsbaar zijn en beïnvloedbaar. Assertiviteit is dus een van de belangrijkste gereedschappen tegen overmatig drankgebruik.
Het creëren van een geborgen thuissituatie, het zorgen voor gedegen opleidingen en toekomstperspectief en ruimte bieden voor het ontwikkelen van eigen jeugdculturen spelen uiteraard ook een rol dat jongeren het gebruik van alcohol in de hand houden. Al deze aspecten spelen ook een rol bij het opstellen van een cannabismatigingsbeleid waarbij, vanwege het nu weer opnieuw door het CDA aangewakkerde taboe rond dit middel, jongeren nog verder op zichzelf teruggeworpen worden hoe te leren omgaan met cannabis.
Het is verheugend dat in de overleggen op het Amsterdamse stadhuis in plaats van de symboolpolitiek van het sluiten van coffeeshops ruim aandacht besteedt wordt aan bovenbeschreven aspecten voor het opstellen van een cannabispreventiebeleid voor jongeren.
August de Loor
april 2010
Terug naar het nieuwsoverzicht