45 jaar kweek van Nederwiet
Wat zijn de achtergronden dat pas de afgelopen jaren het aantal ernstige incidenten rond de kweek van Nederwiet toegenomen zijn.
Om deze achtergronden beter te kunnen doorgronden is het belangrijk te constateren dat cannabis, de afgelopen 45 jaar uitgegroeid is tot het (na alcohol) meest populaire genotsmiddel.
In elk, als modern omschreven land in de wereld speelt zich deze ontwikkeling af, ongeacht welk beleid (in het kader van de single-convention van de VN van een, op alcohol na, verbod op alle genotsmiddelen) een land hiertegen heeft ondernomen. De suggestie, als zou de populariteit van cannabis in Nederland het gevolg zijn van het hier gevoerde gedoogbeleid, klopt dus niet.
Hetzelfde geldt voor de veronderstelling, als zou het gedoogbeleid verantwoordelijk zijn voor de huidige situatie rond de kweek van wiet in Nederland. Integendeel, er is nooit sprake geweest van een gedoogbeleid tegen de kweek van Nederwiet.
In heel de wereld is er sprake van lokale kweek van wiet. Het enige verschil is dat, in navolging van de USA, de commerciële kweek van wiet in Europa in Nederland begonnen is en wel aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Als gevolg van de kennis en ervaring met het klonen en veredelen van landbouw- en siergewassen heeft Nederland nog steeds een voorhoedepositie in de kweek van wiet. Gelet op de vooruitgang in de kweek van wiet in de rest van Europa neemt deze positie zienderogen af,met al een, voor leken nog onzichtbare afname van het drugstoerisme in de grenssteden.
Bij de opkomst van de kweek van Nederwiet heeft Nederland, begin jaren negentig een unieke kans laten liggen om een deel van de achterdeur van coffeeshops te reguleren. Met het inzicht van de belastingdienst over de omzet van coffeeshops had een gesloten systeem opgezet kunnen worden van het bevoorraden van coffeeshops van Nederwiet. Hiermee had de kweek van Nederwiet beperkt kunnen blijven tot de coffeeshop met als extra positief bijeffect van een terugdringing van de internationale handel van buitenlandse hasj- en wietsoorten naar ons land. In plaats daarvan is naast deze handel een nieuw, grootschalig en gecriminaliseerd circuit van (inter)nationale productie en handel van Nederwiet ontstaan.
En zo is er zonder enig toezicht en controle de afgelopen decennia een netwerk van kwekerijen in Nederland op gang gekomen in sociaal zwakke woonwijken, in fabriekshallen, in de glas- en tuinbouw, van brandgevaarlijke kwekerijen, van illegale onttrekking van electra, van geforceerde kweekmethodes (gebruik van bestrijdingsmiddelen) met gelet op de achterstand aan wietkwekerijen in het Europese achterland, een schaalvergroting in de export van Nederwiet.
In plaats van het gedogen (lees reguleren) is vanaf de tweede helft van de jaren negentig de bestrijding van Nederwiet op gang gekomen, met tot een aantal jaren geleden de oprichting van een Nationale Taskforce. De bestrijding heeft voor een verscherping van de situatie geleid, van een toename van agressieve kweekmethodes naar steeds kleinere plantjes (lagere pakkans), opdrijvende handelsprijzen, dus opkomst van het fenomeen van "verzwaarde" wiet (verhogen van de winstmarge) met in het kielzog zowel een criminalisering als een schaalvergroting van de kweekwereld met alle daarbij behorende bijeffecten, als toenemend geweld. De internationale Hasjbaronnen van de jaren negentig zijn aangevuld met de nationale Nederwietbaronnen.
De wijze waarop de regering de afgelopen weken reageert op de meest recente incidenten aan onderling geweld binnen de wereld van kwekers maakt duidelijk dat het beleid van repressie gecontinueerd en geïntensiveerd wordt. Vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie pleiten hiervoor en melden in de media zowel de geringe pakkans als de enorme winstmarges die de kweek van Nederwiet oplevert, zonder te beseffen dat hiermee reclame wordt gemaakt, dat nog meer mensen zich aangetrokken zullen voelen tot deze branche.
Maar wat nog zorgwekkender is dat de regering de bestrijding van de kweek van Nederwiet vereenzelvigt met het beleid van coffeeshops.
Met het voorstel van het invoeren van een clubpas voor coffeeshops wordt verondersteld dat hiermee een bijdrage geleverd wordt aan het terugdringen van het aantal kwekerijen. Het omgekeerde zal het geval zijn. Het introduceren van een clubpas voor een product waar (nog steeds) zoveel maatschappelijke taboe om heen hangt zal ertoe leiden dat een groot deel van de huidige bezoekers van coffeeshops deze niet zal aanvragen.
Hoogopgeleiden, allochtone groepen, oudere jongeren die nog thuis wonen en al die anderen, die maatschappelijk veel te verliezen hebben, tot al die (vooral Amserdamse) toeristen aan toe zijn dan aangewezen op de illegale adressen van cannabis, met alle overlast en extra gezondheidsrisico,s van dien.
Tezamen met de invoering van een scholenafstand zal dit tot een verdere, maar nu ingrijpende afname leiden van het aantal coffeeshops in Nederland. Daardoor zullen de illegale verkoopadressen in aantal toenemen met in het kielzog nog meer en meer schaalvergroting van wietkwekerijen.
Ik raad de regering aan af te zien van het pasjessysteem en de scholenafstand om in plaats daarvan alles in het werk te stellen om de achterdeur van coffeeshops te reguleren. In de tussentijd moet de prioriteit in de bestrijding van Nederwiet liggen bij de aanpak van de grote wietkwekerijen voor de export, waarbij rekening gehouden wordt met de stormachtige ontwikkeling van de kweek van wiet in de rest van Europa. Deze ontwikkeling zal de komende jaren tot en een afname van het aantal kwekerijen in Nederland leiden en een afname van het drugstoerisme naar ons land.
Het kan toch niet zo zijn dat als dit beide bereikt is de overheid in de tussentijd het Nederlandse coffeeshopbeleid om zeep geholpen heeft?
Terug naar het nieuwsoverzicht
