Stuur dit nieuwsbericht door

Drugshonden op scholen

Het artikel op de voorpagina van Het Parool maakt duidelijk dat met de drugshonden op scholen de afgelopen 4 jaar bij 40 klassen ongeveer 4000 leerlingen besnuffeld zijn, met als resultaat dat tussen de 5 en 10 leerlingen zijn aangehouden, kortom een "succespercentage" waarvan tussen de 0,125 en 0,25% cannabisgerelateerd en één leerling, dus 0,025% met harddrugs.
En ga mij nou niet vertellen dat dit percentage het resultaat is van de preventieve werking van de inzet van drugshonden, omdat de controles niet van te voren worden aangekondigd!

Als dit "succespercentage" beziet wordt in het licht van al die commotie van bezorgde oudergroepen, mentoren, verslavingsinstituten die de alarmbel rinkelen, over dealers op schoolpleinen, over klassen vol met wietdampen wordt duidelijk dat beeldvorming het beleid bepaalt.
In plaats van een bezinning van wat er werkelijk aan de hand is aan druggebruik onder jongeren pleit de politie om alle scholen te besnuffelen, worden lockers gecontroleerd (wat ook bijna nooit een buit oplevert), wordt het invoeren van (onbetrouwbare) drugstestjes, van een "name en shamebeleid" van gesnapte leerlingen aanbevolen (minister Opstelten), tot de invoering van een afstandscriterium van coffeeshops nabij scholen.

"Naar wiet ruiken is niet verboden, maar voor de school is het wel helder dat een leerling in een coffeeshop is geweest"; zegt teamleider René Besten van de hondenbrigade als de kleren van een leerling naar wiet ruikt.
Zonder enig inzicht dat die geur afkomstig kan zijn van een oudere broer, vriend of vriendin (terwijl de leerling ondertussen zijn huiswerk heeft afgemaakt), wordt de coffeeshop voor de zoveelste keer in een kwaad daglicht gezet.
Terwijl de Amsterdamse politie ieder jaar een verwaarloosbaar aantal jongeren in coffeeshops aan de gemeenteraad rapporteert, geeft een van haar teamleiders op de voorpagina van Het Parool, op volstrekt onbewezen gronden, voeding aan het tegendeel, met als bijeffekt de legitimering van het afstandscriterium voor coffeeshops nabij scholen.

De controlemaatregelen tegen drugs op scholen werken louter averechts; het zorgt op basis van onbetrouwbare testmethodes voor stigmatisering en uitsluiting van gesnapte leerlingen (zelfs die het gebruik van cannabis beperken tot het vrije weekend), het polariseert het onderwerp zodat er geen open discussies meer mogelijk is tussen school, ouders en jongeren over drugs, hoe en wanneer dit de schoolprestaties kan beïnvloeden.
De controlemaatregelen zorgen ervoor dat er rond druggebruik een zweem van spanning en avontuur ontstaat wat bij puberende jongeren in hun afzetgedrag eerder nieuwsgierigheid opwekt. Het benadrukken van de gevaren van druggebruik (de voorlichtingskoffer met drugs voor leerlingen wordt door de Jellinek omschreven als een SATANSKOFFERTJE), worden door jongeren als onwerkelijk ervaren, zowel bij diegenen die experimenteren als die niet gebruiken. In de jaren negentig van de vorige eeuw werden leerlingen (zelfs van lagere scholen) in politiebusjes (met sirene) opgehaald naar het hoofdbureau om door een tandenlose junk gewaarschuwd te worden over de gevaren van drugs (in feite een legitimering van de stepping-stone-theorie als zou cannabisgebruik tot harddrugsverslaving leiden).

Binnen een dergelijke overtrokken setting waarschuwen over de gevaren van drugs komt op geen enkele manier overeen met de belevingswereld van jongeren, zodat zij eerder het gevoel krijgen dat zij "voorgelogen"zijn. En nu zijn het de politiehonden die naar de scholen komen waarbij zelfs twaalfjarige kinderen besnuffeld worden, waarbij de angst die dit teweegbrengt als sneeuw voor de zon verdwijnt als zij een aantal jaren later binnen de voor hen vertrouwde omgeving een jointje aangeboden krijgen

Mijn advies is dan ook om met deze aanpak te stoppen en overleg te starten hoe het anders en beter moet, om jongeren voor te lichten over het gebruik van drugs.

 

Terug naar het nieuwsoverzicht