Rondetafeloverleg in Tweede Kamer over Nederlandse drugsbeleid
Hierbij mijn bijdrage die ik hopelijk kan inbrengen in het rondetafeloverleg over de Kabinetsbrief met voorstellen voor het Nederlandse drugsbeleid.
Zoals u kunt lezen wil ik vooral een uitleg geven over de correlatie tussen maatschappelijke ontwikkelingen en trends in drugsgebruik. Vanuit mijn praktijkervaring (vanaf 1970) heb ik door de decennia heen die correlatie steeds als uitgangspunt genomen hoe daar met preventie, voorlichting en drugshulpverlening op geanticipeerd moet worden.
Gelet op de huidige ontwikkelingen in het gebruik van drugs en welke maatschappelijke ontwikkelingen te voorspellen zijn staat in mijn ogen de vraag centraal, hoe het Nederlandse drugsbeleid daar zo effectief mogelijk op moet anticiperen.
Met vriendelijke groet,
August de Loor
Stichting Adviesburo Drugs
LS,
Er is in meerdere opzichten aanleiding positief te reageren op het initiatief van de Tweede Kamer voor het houden van een rondetafelgesprek over de kabinetsbrief over het drugsbeleid. De ronde tafel biedt de mogelijkheid toe te lichten wat de gevolgen zullen zijn van de kabinetsvoorstellen over het coffeeshopbeleid. Op basis van mijn analyses zullen de voorstellen over de scholenafstand, de wietpas en de coffeeshop als besloten club met een maximum aantal leden een "domino-effect" teweegbrengen waardoor uiteindelijk de coffeeshop zal verdwijnen. Om dit te voorkomen is het van belang te benadrukken dat kleinschalige coffeeshops een zeer belangrijke meerwaarde opleveren voor het lokale leefklimaat van een stad of regio wat veel verder reikt dan de oorspronkelijke doelstelling van het scheidingsbeleid van de verkoop van softdrugs met dat van harddrugs.
Het is op basis van deze constatering dat er een beleid moet komen waarbij de meerwaarde van coffeeshops zoveel mogelijk tot zijn recht komt. Hetzelfde geldt voor de andere doelstellingen van het softdrugsbeleid. Preventie en voorlichting over cannabis voor zowel gebruikers als niet-gebruikers (jongeren, scholieren) is toe aan een ingrijpende vernieuwing. Het op lijst 1 van de Opiumwet plaatsen van sterke cannabis past daar geenszins in. Dit voorstel is gebaseerd op het hardnekkige misverstand als zou het hoge THC-gehalte in Nederwiet de oorzaak zijn van verslaving en psychotische stoornissen (stelling commissie Garretsen). En ook de jarenlange verontrustende signalen uit het veld van jeugdjongeren werk, de verslavingszorg, is grotendeels gebaseerd op dit misverstand, zodat de beeldvorming heeft postgevat als zou "softdrugs haar onschuld verloren hebben" omdat het een hoog THC-gehalte bevat. De werkelijke oorzaken over de toename van problematisch gebruik heeft echter geheel andere achtergronden, die, als die nou eens serieus genomen worden "gereedschap" opleveren voor een ingrijpende verbetering van zowel de cannabisvoorlichting (aan met name jongeren) als de hulpverlening aan problematische gebruikers.
Wat in het rondetafelgesprek ook aan de orde moet komen is hoe weinig woorden de kabinetsbrief besteedt aan de andere aspecten van het Nederlandse drugsbeleid (vanaf pag. 6 Volksgezondheid). Op basis van oppervlakkige analyses van wat zich aan ontwikkelingen in drug en druggebruik afspelen worden er beleidsvoorstellen gepresenteerd die van weinig innovatie en durf getuigen. De voorstellen zijn meer van hetzelfde met een tendens van een meer dwingende uitvoering daarvan, met, ook bij deze regering, de illusie dat van het verbieden c.q. waarschuwen over de (gezondheids)risico's van drugs een preventieve werking uitgaat.
Vanuit mijn werk als drugs-trend-watcher, constateer ik dat het gebruik van drugs (cannabis, uitgaansdrugs, hallucinogenen) zich steeds meer verbreed in leeftijd, sociale klasse en etniciteit, ik omschrijf dit als het "vervolksen" van het recreatief gebruik van drugs (wat zich de afgelopen veertig jaar ook heeft afgespeeld bij alcohol). Een logisch bijeffect van dit "vervolksen" is dat onder de kwetsbare groepen in onze samenleving problematisch gebruik hoger ligt, zoals extreem alcoholgebruik onder bepaalde groepen jongeren en dito groepen van problematisch cannabisgebruik. Het meest recente voorbeeld is GHB, dat al vanaf 1995, zonder noemenswaardige problemen, op de markt is. De pas sinds kort gerapporteerde problemen schrijf ik toe aan nieuwe, kwetsbare, groepen die om andere motieven en andere (slechtere) omstandigheden GHB zijn gaan gebruiken ( ik betreur het dat niet vanaf 1995 vanuit deze analyse een GHB- beleid is ontwikkeld, waarmee een deel van de problemen voorkomen had kunnen worden)
Het "vervolksen" van het gebruik van drugs heeft zich de afgelopen decennia afgespeeld binnen een redelijk voorspoedige maatschappelijke ontwikkeling. Dit wil ik benadrukken omdat wij aan de vooravond staan van wat Premier Rutte omschrijft als dat; "Wij in Nederland geen vrolijke tijden tegemoet gaan". De te voorspellen sociaal economische neergang met maatschappelijke verkilling in het verschiet zal ongetwijfeld zijn weerslag hebben in de trends van drug en druggebruik naar meer dwangmatig gebruik van de bestaande middelen, de opkomst van zwaardere middelen of de zogenaamde "vluchtdrugs".
In mijn ogen moet het rondetafelgesprek in het teken staan hoe het drugsbeleid moet inspelen op deze te verwachte ontwikkelingen. Welke visie, beleidslijnen, strategieën ik daarbij in mijn hoofd heb zou ik graag daarbij willen inbrengen.
Met vriendelijke groet,
August de Loor
Stichting Adviesburo Drugs
