Drugscontroles in het verkeer
De regering kondigt aan zo goed als klaar te zijn met de voorbereidingen van het invoeren van drugscontroles in het verkeer. Een kritische reactie naar aanleiding van een telefoontjevan een bezorgde moeder naar het Adviesburo.
Een moeder belt het Adviesburo Drugs; haar zoon (28 jaar) stond met zijn auto op een parkeerplaats van het lokale winkelcentrum. De politie rook een wietlucht in de auto en vindt een wietzakje. De zoon krijgt een 24-uurs rijverbod. Hij moet zich melden bij bureau rijbewijzen (CBR) en zijn rijbewijs wordt ingenomen. Hij moet een flinke som geld overmaken voor een aanvraag van een urinecontrole op drugsgebruik en daarna op gesprek komen bij de psychiater van het CBR om zijn rijbewijs terug te krijgen.
Dit is het voorland van de wettelijke invoering van drugscontroles in het verkeer, waarbij uit dit voorbeeld blijkt dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen gebruik en het daadwerkelijk onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer.
Dit geldt ook voor de jaarlijkse politiecijfers over de aan drugs toegedichte ernstige ongelukken in het verkeer waarbij ook geen onderscheid gemaakt wordt tussen druggebruik en het daadwerkelijk onder invloed zijn op het moment van het ongeluk. De desbetreffende chauffeur kan tussen zijn laatste druggebruik al een aantal keren zijn kinderen naar school gereden hebben, alvorens hij om welke tragische reden dan ook een auto-ongeluk veroorzaakt heeft. Zonder het probleem en de risico's van het onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer te ontkennen, is er sprake van een overdreven becijfering van het aantal verkeersongelukken waarbij drugsgebruik als oorzaak genoemd wordt. Het zijn echter deze cijfers waarop de overheid bepleit om drugscontroles in het verkeer in te voeren.
Bij dit alles staat de vraag centraal of er van drugscontroles een preventieve werking uitgaat. Om bij bovenstaande zoon te blijven, zal hij ongetwijfeld naar de mond praten van de psychiater dat hij nooit meer drugs zal gebruiken, dat de politiecontrole voor een ommekeer in zijn leven heeft gezorgd en dat drugs en verkeer uiteraard levensgevaarlijk is. Allemaal gelegenheidsargumenten om zijn rijbewijs terug te krijgen!
Het zijn deze spijtbetuigingen wat de overheid doet geloven dat drugscontroles in het verkeer vruchten afwerpt. Sterker nog, dat het zelfs een bijdrage levert in de algemene strijd tegen drugs. En de zoon? Die is ondertussen ontzettend kwaad dat hij zijn rijbewijs kwijt is en zoveel geld, dat hij gestigmatiseerd is als een drugsverslaafde, met alle afkeurende reacties uit zijn sociale omgeving. (Met alle gevolgen van dien tot zijn eventuele werkgever aan toe, die uiteraard zeer nieuwsgierig is waarom zijn medewerker zijn rijbewijs kwijt is) Al dit soort kwaadheden als bijdrage van het terugdringen van het onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer? Ik betwijfel dat.
Bij het intrekken van rijbewijzen (op basis van wetenschappelijke normen) van het onder invloed van alcohol deelnemen aan het verkeer kan de betrapte chauffeur nog rekenen op mededogen van zijn omgeving, van familie, vrienden en collega's op de werkvloer, die hem of haar oppikken voor vervoer naar werk, sportclub of familiebezoek. Bij druggebruik zal, alleen al vanwege het maatschappelijke taboe van drugs het omgekeerde gebeuren, van stigmatisering binnen de sociale omgeving tot eventueel ontslag op school of werk van jongeren die aan het begin van hun sociale en economische carrière staan (drugs, met name recreatief gebruik is een fenomeen, waarvan het zwaartepunt van het gebruik ligt tussen de 18 en 25 jaar). Binnen de kringen waar druggebruik speelt komt alles in het teken te staan van het afzetten tegen de betuttelende overheid, van kwaadheid tegen de politie, of/en hoe deze in de maling te nemen is; van het bedenken van allerlei trucs om niet gesnapt te worden, van het kiezen van drugs die buiten de drugstesten blijven (waarvan een aantal, zoals LSD, wel het rijgedrag ernstig beïnvloed!). En door al dit afzetgedrag loopt een rode lijn van het bagatelliseren dat druggebruik helemaal geen invloed heeft op het rijgedrag waarbij nu al binnen sommige gebruikerskringen de meest bizarre theorieën over de ronde doen. Het is dit wat ik met lede ogen aanzie, waarbij ik ervan overtuigd ben dat dezelfde vakgroep van psychiaters als die van het CBR zullen erkennen dat van een dergelijk afzetgedrag geen enkele preventieve werking uitgaat om het onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer terug te dringen.
August de Loor
Oktober 2011
