Stuur dit nieuwsbericht door

Afscheid Peter Geerlings

Op 26 september is Peter Geerlings begraven. Pet was de eerste psychiater van de Jellinek die begin jaren zeventig van de vorige eeuw een spreekuur begon voor de eerste generatie heroïnegebruikers in Nederland.

Met mijn afscheidsspeech herdenk ik het werk van deze man.


Lieve Peter, lieve familie, beste vrienden en aanwezigen
Het is pas vanmorgen dat ik hoorde dat Peter van ons heen is gegaan. Heb ogenblikkelijk al mijn afspraken afgezegd en in alle haast een aantal woorden van afscheid opgeschreven als eerbetoon aan zijn werk voor het Amsterdamse- en Nederlandse drugsbeleid.

Mijn eerste contact met Peter gaat terug tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw. In het monumentale pand van de Jellinek op de Keizersgracht had hij een klein spreekkamertje in een hoekie van de immense ontvangsthal waar het borstbeeld van Jellinek iedere bezoeker streng toekeek.
Iedere maandagavond tussen half acht en negen uur hield hij spreekuur en zat de eerste generatie uitgemergelde heroïneverslaafden op hun beurt te wachten terwijl na achten de eerste alcoholisten binnendruppelen die de stapelbedden van hun nachtrust opzochten. De zure lucht van alcohol vermengden zich langzaam met de zoete, weeïge, lucht van heroïne.
Peter had zijn spreekuur bedongen door de Jellinek op andere gedachte te brengen in de hulp aan druggebruikers. Daar waar in de jaren zestig de hulpverlening zich volgzaam opstelde naar justitie, zoals uitvoering geven aan het in bewaring stellen (IBS) van jongeren die gearresteerd waren in het Vondelpark voor het roken van een jointje (!) of een LSD-tripje (!) pleitte hij voor onafhankelijke drugshulpverlening. De Jellinek is " geen verlengstuk van de overheid, geen verlengstuk van justitie, maar een onafhankelijke drugshulpinstelling " was jouw Parool.

Peter was zo groen als gras en ik was dat ook. Ik was als straathoekwerker in de jaren zestig in Amsterdam werkzaam voor weglopers, daklozen en andere dolenden in de stad waar de eerste generatie heroïneverslaafden begin jaren zeventig bijkwamen. Wij zagen met lede ogen aan hoe het heroïnegebruik in die tijd om zich heen sloeg met geen flauw benul en historische vergelijk waar dit heen zou gaan. Alles was nieuw; waar kwam opeens dat spuiten van heroïne vandaan???!!! Daar waar ik de diepere gronden zocht op de Zeedijk en in de spuitadressen van de Amsterdamse heroïnescène, reisde Peter af naar de USA om terug te komen met stapels rapporten met poliklinische hulpverlening met behulp van het vervangingsmiddel Methadon.
Het was met deze kennis waarop hij zijn spreekuur begon, waarbij ik vaak aanschoof met mijn kennis en achtergrondinformatie. Het was na de laatste patiënt dat wij vaak uitvoerig onze hersenen pijnigden hoe de explosieve groei van heroïnegebruik opgevangen moest worden, nog onwetend van de nieuwe groepen die zich dat decennium aandienden; van de eerste generatie Surinaamse jongeren die de weg kwijt waren in ons koude kikkerland en in de "roze wolk" van heroïne vluchtte tot de autochtone en allochtone jongeren die om uiteenlopende redenen voor de marginale wereld van de heroïne kozen.

Het was Peter die ik in allerlei commissies en adviesorganen aan tafel zag schuiven, hoe de drugshulpverlening op poten gezet moest worden in weerwil van de publieke en politieke opinie om alle heroïnegebruikers te verbannen naar Pampus. Tegen de internationale druk van een WAR ON DRUGS pleitte hij voor hulpverlening boven strafrecht!!!
.Het was de volgende stap dat Peter en ik verhitte discussies voerden dat de in Nederland bevochtte onafhankelijke drugshulpverlening een nieuwe dimensie verlangde naar decategorale hulpverlening van het samenwerken met de eerste lijn gezondheidszorg, van pragmatische op gebruikers gerichte aanpakken van het omruilen van gebruikte spuiten in de strijd tegen AIDS (begin jaren tachtig), van het inslaan van nieuwe vormen van verslavingszorg zoals medische verstrekking van heroïne aan zwaar verslaafden.

Het was deze ontwikkeling naar decategorale en pragmatische hulpverlening die zich in de andere sectoren van de Geestelijke Gezondheidszorg in de jaren zeventig en tachtig afspeelden, maar onder invloed van de politieke en publieke uiterst krampachtige opvattingen over drug en druggebruik binnen de verslavingszorg veel moeizamer verliep.. Het was Peter die binnen de verslavingszorg baanbrekend werk heeft verricht.
En ondanks dat mijn ideeën over decategorale drugshulpverlening veel verder ging heeft Peter een onmisbare rol gespeeld in het Amsterdamse en Nederlandse drugsbeleid. En nu kijkend hoe de afgelopen jaren onder bestuurders en politici tegen de Geestelijke Gezondheidzorg in het algemeen en het drugsbeleid in het bijzonder aangekeken wordt hebben wij meer dan ooit baanbrekende werkers zoals Peter nodig.

Peter, rust in vrede!
August de Loor

 

Terug naar het nieuwsoverzicht