Stuur dit nieuwsbericht door

Succesvolle drugsvangsten

Het Parool van 11 januari: Met kapitale letters wordt een recordvangst in Engeland van 1200 kilo cocaïne bericht en haalt de voorpagina omdat deze partij drugs onderweg was naar een eigenaar van een Amsterdams fitnesscentrum.

Succesvolle drugsvangsten behoren zo langzamerhand tot de standaard berichten in de krant. Wat opvalt is dat er nooit bij stil gestaan wordt wat die vangsten aan daadwerkelijke winst oplevert van een afname in het aanbod met uiteindelijk een vermindering in het gebruik van drugs! Het is dit waar alle (inter-)nationale wetten en verdragen in de strijd tegen drugs voor bedoeld zijn. Om na te gaan of de drugsvangsten daarbij helpen moet er gekeken worden naar de prijsontwikkelingen van drugs. Als de prijzen stijgen is dat een belangrijke indicatie dat de drugsvangsten invloed hebben op het terugdringen van vraag en aanbod van drugs .
Bestudering van de prijsontwikkelingen toont aan dat dit nauwelijks het geval is. Van de meeste drugs zoals heroïne, cocaïne en speed is de prijs de afgelopen decennia nagenoeg hetzelfde gebleven. Bij XTC is er zelfs sprake van een spectaculaire daling van 25 gulden voor een tablet in de jaren negentig tot nu 3 tot 4 euro.
Het is een indicatie dat de drugsvangsten nauwelijks invloed hebben. Sterker nog, dat bij sommige drugs het eerder tot overproductie leidt. Met de door deze regering recent geïntensiveerde aanpak van wietkwekerijen, speelt zich dat nu ook af bij deze drug, van kleine- naar steeds meer grootschalige wietkwekerijen. Lees Het Parool van het laatste jaar daar maar op na.

Het bestrijden van drugs leidt tot criminalisering van productie en handel, met in het kielzog een toename van het aantal tussenhandelaren die allemaal een zo hoog mogelijke winst willen binnenhalen . Als die winst niet via prijsstijgingen mogelijk blijkt, blijft het versnijden van drugs over.
Maar zowel de producent als de tussenhandelaren hebben hierbij maar een zeer beperkte bewegingsvrijheid. Want om de opeenvolgende handelaar niet in het harnas te jagen en uiteindelijk de gebruiker tevreden gehouden moet worden, kunnen drugs slechts zodanig versneden worden dat dit niet ten koste gaat van de werking van de drug. Deze "natuurlijke" rem op het versnijden van drugs voorkomt echter niet dat er zich incidenten voordoen van het opduiken van een partij drugs met een acuut gezondheidsrisico voor de gebruiker.
Helaas is het zo dat naarmate de bestrijding toeneemt dit invloed heeft in de percentages en soorten versnijdingen in drugs. Hoe intensiever de bestrijding, hoe hoger de criminalisering, hoe lager de "natuurlijke" rem op het versnijden van drugs.
Zo zijn er, door bovenbeschreven intensieve aanpak van wietkwekerijen sterke aanwijzingen dat steeds vaker partijen wiet versneden wordt met chemische vloeistoffen uit de droogbloemenindustrie. Deze versnijdingen zijn zo verfijnd dat het de coffeeshopeigenaar steeds meer moeite kost om deze inferieure producten buiten de deur te houden (deze zorgvuldigheid is niet te verwachten bij al die illegale verkoopadressen die, door het huidige anti-coffeeshopbeleid, op het ogenblik in aantal zeer snel toenemen).

Dezelfde verharding in het versnijden speelt al veel langer bij cocaïne. Daar waar vanaf de opkomst (±1979) deze drug slechts versneden werd met lidocaïne (een relatief onschuldige stof), worden er nu uiteenlopende stoffen aan cocaïne toegevoegd, zoals fenacetine en levamisol ( medicijnen, die wegens allerlei uiterst ongewenste bijwerkingen al jaren geleden zijn afgekeurd).
Het zijn dit soort wereldwijde voorraden van afgekeurde medicijnen die nu aan cocaïne toegevoegd worden, zonder dat de gebruiker dat opvalt, omdat deze versnijdingen nauwelijks ten koste gaan van de werking van cocaine. Het is bij de gratie van het netwerk van drugteststations in Nederland waar gebruikers op deze "onzichtbare" gezondheidsrisico,s van versneden cocaine gewezen worden. Het biedt ook de mogelijkheid om hen te waarschuwen voor een ander risico. Door de nieuwste technieken van het traceren van partijen cocaine door douane en politie, zoals drugsscans en rontgenapparatuur zijn nieuwe smokkelmethodes ontwikkeld van het onzichtbaar verwerken van cocaïne in kleding, of in plastic speelgoed. Bij het weer tot een wit poeder terugbrengen blijven er resten van plastic- weekmakers in de cocaïne achter, waarbij het onduidelijk is welke gezondheidsrisico,s er aan het snuiven van deze weekmakers kleven.

En ondertussen is, ondanks de wereldwijde strijd tegen de cocaïnehandel ook de populariteit van cocaïne toegenomen.
De yuppendrug van de jaren tachtig is een drug geworden die in vele lagen van de bevolking, tot de voetbalsupporters aan toe, ingeburgerd is geraakt. Hetzelfde vervolksen speelt zich ook af in de cocaïnehandel. Het zijn kleine als grote middenstanders als anderen uit onze samenleving die om allerlei redenen, zoals de huidige economische malaise, op zoek zijn naar nieuwe bronnen van inkomsten die met de verkoop van cocaine in hun directe omgeving gevonden worden. Een eigenaar van een fitnesscentrum, die door het inklappen van de fitnesshype voor zijn toekomst vreest, is daar geen uitzondering op. Zolang de publieke als politieke opinie zowel de handel als het gebruik van drugs als een fenomeen van buiten de maatschappij blijft beschouwen zal de strijd tegen drugs doorgaan; van WIJ tegen ZIJ! Als die ZIJ grotendeels WIJ zijn leert de geschiedenis dat een dergelijke strijd alleen maar verliezers aan beide kanten oplevert.

August de Loor, Adviesburo Drugs
Amsterdam 20 Januari 2012



Hierbij een reactie van Job Joris Arnolds (een andere drugsdeskundige) op bovenstaande artikel

Zo is dat, August. Prachtig betoog! Nog geen deuk in een pakje boter is er geslagen. En de georganiseerde misdaad wordt er ook al niet of nauwelijks door getroffen.

Terugkomend op je vraag wat het waard is: wat mij altijd stoort in dit soort verhalen is de steevast zwaar overdreven suggestie dat er een grote klap zou zijn toegebracht aan de georganiseerde misdaad. Onzin natuurlijk, de grootste klap komt voor rekening van de belastingbetaler.

De verslaggevers geven zich er geen rekenschap van dat zij in feite een soort oorlogsreporters zijn. Er woedt al veertig jaar een war on drugs en de waarheid was het eerste slachtoffer, maar zij slagen er nog steeds niet in de lezing van officiële zijde als propaganda te herkennen. Ze laten zich als makke schapen voor het karretje spannen van de drugsbestrijders en hun dubieuze motieven.
Dat journalisten het totaal irrelevante begrip ‘straatwaarde' klakkeloos overnemen van de politievoorlichter getuigt van weinig beroepseer, maar ze doen het allemaal. Het begrip is uitgevonden door de politie en wordt gebruikt om de eigen budgetten te rechtvaardigen en drugsbestrijding relevantie te verlenen. In deze zaak zou het gaan om wel 45 miljoen! Alsof er nu ergens iemand 45 miljoen euro verloren heeft. Niet.

Objectieve journalistiek is om te beginnen gebaat bij het vermelden van de vervangingswaarde. Die ligt bij een partij van een dergelijke omvang hooguit op € 1000/kilo, plus de kosten voor het transport. Geen toeval dus dat de eigenaar volgens Het Parool € 1,5 miljoen cash had klaarliggen in zijn sportschool.
Normaal gesproken ligt een beetje internationale handelaar geen seconde wakker van het verlies van een dergelijk bedrag. Business as usual. Hij zal willen achterhalen hoe de politie de partij heeft kunnen opsporen, en als blijkt dat er een verrader in het spel is zal hij die de rekening presenteren of overhoop laten schieten. Of allebei.

(Terzijde: normaal gesproken wordt dit soort gasten ook niet gearresteerd, laat staan veroordeeld. De politie vangt voornamelijk kleine vissen.)

Pech dat hij de beoogde winst op de doorverkoop misloopt. Maar ook die bedraagt bij lange na geen € 45 miljoen (nota bene de NOS maakte er achteloos zelfs € 340 miljoen van...), want de prijs van de coke moet nog een paar keer over de kop voordat de consument hem in handen krijgt tegen de ‘straatwaarde' waar de politie prat op gaat. En ach, dat geld verdient hij dan wel met het volgende transport. You win some, you lose some. Je bent een grote jongen of je bent het niet.

Vergelijk de drugsvangst met een olieramp. Als er een mammoettanker voor de kust vergaat, maakt geen hond zich druk om wat de handel geraffineerd en wel aan de benzinepomp had kunnen opleveren. Om de gevolgen voor het milieu en de kosten van het opruimen van de ellende des te meer.

Kwaliteitsjournalistiek vereist bij een dergelijke vangst het vermelden van de gemiddelde totale kosten van het opsporingsonderzoek, strafrechtelijke vervolging en straftenuitvoerlegging. Het zou met de trotse berichtgeving snel gedaan zijn. We betalen met zijn allen een veelvoud van de ‘klap' die de misdaad is toegebracht. Zelfs bij een ‘recordvangst'.

Job Joris Arnold

Terug naar het nieuwsoverzicht