Stuur dit nieuwsbericht door

Coffeeshops in de nabijheid van scholen, een echt of een politiek probleem?

In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet van CDA, PvdA en Christen Unie, staat het voornemen om coffeeshops in de nabijheid van scholen te verbieden.

Het voornemen is een onderdeel van een verdere aanscherping van het Nederlandse softdrugsbeleid met als saillant detail dat de vorige regeringen ook al een dergelijk verbod aankondigde, maar daar tot op heden geen uitvoering aan hebben gegeven. Het heeft er alle schijn van dat het dit keer wel tot een verbod komt, alleen al omdat de Christen Unie hiermee haar politieke identiteit in de regering wil benadrukken.
Er is van de PvdA weinig weerwerk te verwachten, aangezien deze partij er al jaren een ambivalente houding op nahoudt ten opzichte van het softdrugs- en coffeeshopbeleid. Dit geldt in meerdere mate voor het CDA van een anti-coffeeshop-politiek, terwijl de geschiedenis leert dat het softdrugsbeleid door de CDA-minister van Justitie van Agt in 1976 werd ingevoerd.
De laatste weken staat het onderwerp volop in de belangstelling en blijkt hoe warrig en ongefundeerd de regeringspartijen het verbod op coffeeshops nabij scholen onderbouwen. Het eerste dat opvalt is de onduidelijkheid om welke scholen het gaat, waarbij de Christen Unie zelfs lagere scholen noemt waar shops verboden moeten worden. Het CDA heeft het de ene keer over een afstandscriterium van 250 en dan weer over 500 meter, terwijl de PvdA dit wil overlaten aan de lokale overheid.
Maar het zijn vooral de argumenten die duidelijk maken dat het verbod op coffeeshops nabij scholen niet op feiten maar op politieke overwegingen gebaseerd is. Coffeeshops worden al meer dan 35 jaar intensief gecontroleerd, waarbij politie en justitie nooit melding hebben gemaakt dat shops nabij scholen specifieke problemen opleveren. En ook vanuit de verslavingszorg zijn de afgelopen decennia nooit dergelijke signalen gekomen.
Een overzicht van de meest gehoorde argumenten om coffeeshops nabij scholen te sluiten met daarop een aantal reacties.

Op 3 maart 2007 geeft het CDA, als uitvloeisel van het regeerakkoord, het startschot voor een landelijke actie tegen coffeeshops "omdat scholen drugsvrij moeten zijn". De partij roept de burgers op om: "gezamenlijk het probleem van coffeeshops op te lossen omdat het onacceptabel is dat coffeeshops zich richten op de verkoop van drugs aan scholieren".

Het is een nogal bizarre oproep omdat het überhaupt onmogelijk is dat coffeeshops zich richten op scholieren, alleen al omdat de minimumleeftijd om een coffeeshop te mogen bezoeken 18 jaar is. En voor zover bekend, is er van specifieke acties, gericht op scholieren boven de 18 jaar, zoals ‘happy hours' in cafés, in coffeeshops nooit sprake geweest.

Er is het argument dat er van coffeeshops nabij scholen een wervende invloed uitgaat en scholieren aanzet tot het gebruik van cannabis.

Coffeeshopeigenaren houden zich strikt aan het verbod op het maken van reclame voor cannabis. Zowel niet op de voorpui als binnen de coffeeshop wordt cannabis aangeprezen. De voorkant van een coffeeshop onderscheidt zich hoegenaamd niet van andere vormen van de lokale horeca en zijn zo ingeburgerd geraakt dat het bijna voor niemand meer opvalt.
Het sluiten van coffeeshops nabij scholen kan daarom zelfs averechts werken omdat het cannabis weer onnodig spannend en dus aantrekkelijk maakt, vooral voor jongeren in hun puberale fase.

Er is de veronderstelling dat een coffeeshop nabij scholen het dealen en het gebruik van cannabis op schoolpleinen in de hand werkt.

Deze veronderstelling zou kloppen als er zich dealers nabij schoolpleinen ophouden en dat zij voor de aanschaf van cannabis gebruik maken van de dichtstbijzijnde coffeeshop. Beide situaties zijn geenszins het geval.
Onderzoek heeft aangetoond dat er niet zoiets is als een dealer die aan de rand van een schoolplein drugs verkoopt. En ook al zou zich dat incidenteel voordoen, dan nog zal een dealer nooit cannabis aanschaffen in de dichtstbijzijnde coffeeshop, bang dat het personeel kan zien wat hij er vervolgens mee gaat doen.
De scholier die cannabis wil gebruiken kan, gelet op de eerder genoemde leeftijdsgrens van 18 jaar, geen gebruik maken van een coffeeshop, ook niet die nabij de school.
Daarnaast worden als uitvloeisel van de politieke gevoeligheid van het gedoogbeleid coffeeshops intensief gecontroleerd door politie en justitie, met name ten aanzien van de leeftijd van de bezoekers. En ook door de eigenaar wordt, op straffe van sluiting van zijn zaak, hier scherp op toegezien.
Het is waarschijnlijk dat bij coffeeshops in de nabijheid van scholen er nog scherper gecontroleerd wordt, vooral overdag bij een vermoeden dat het om scholieren gaat.
Het eerder genoemde onderzoek toont aan dat het gebruik van cannabis op schoolpleinen zich slechts binnen een kleine groep afspeelt waarbij het overgrote deel van de scholieren hier niets van ziet of daar afwijzend tegenover staat. Ook de aanschaf van cannabis speelt zich, onzichtbaar voor derden, binnen de groep van gebruikers af, het wordt verkregen via oudere vrienden, bekenden, of soms via kwekers of illegale verkoopadressen.
Coffeeshops, ook die nabij scholen staan, spelen hierbij geen rol.

Het CDA stelt in het persbericht van de landelijke actie tegen coffeeshops:
"Dat de risico's van softdrugs jarenlang onderschat zijn. Aanzienlijke gezondheidsrisico's, mogelijke verslaving en psychische stoornissen worden steeds meer in relatie gebracht met softdrugs. Er zijn teveel voorbeelden bekend van de negatieve effecten op leerprestaties en schooluitval".

Los van deze wel zeer ongenuanceerde en overtrokken interpretaties van allerlei onderzoek naar het gebruik en de risico`s van cannabis, mist deze opsomming elke logica voor een verbod op coffeeshops nabij scholen. De vele risico`s die al jaren bekend zijn over het gebruik van alcohol onder jongeren worden toch ook niet gestopt door het sluiten van cafés nabij scholen?
Europees onderzoek toont aan dat, ondanks de aanwezigheid van coffeeshops, het gebruik van cannabis in ons land lager ligt dan in de meeste, met Nederland vergelijkbare landen zoals Engeland, Duitsland, Frankrijk en België.
Er is de laatste tijd zelfs sprake van een lichte daling in het gebruik van cannabis onder jongeren, met uitzondering van meisjes die blijkbaar, net als bij andere leefstijlen en gewoontes met een inhaalslag bezig zijn .
Sinds de doorbraak van de populariteit in de jaren zestig van de vorige eeuw (voor die tijd speelde het gebruik van cannabis, als uitvloeisel van de verzuilde maatschappij, zich alleen af binnen selecte kringen van o.a. musici, kunstenaars en zeelui in de grote steden) heeft cannabis, net als bijvoorbeeld alcohol en tabak, vele stadia van populariteit doorlopen, waarbij in de 90'er jaren het gebruik toenam onder sociaal zwakke groepen in achterstandswijken, schoolverlaters, kansarme allochtone en autochtone jongeren.
Het is daarom niet toevallig dat in diezelfde tijd vooral vanuit kringen van politie/justitie, de jeugdhulpverlening, opvangprojecten, schoolbegeleiders, Haltprojecten en buurtregisseurs de signalen over problemen onder jongeren die cannabis roken op gang kwamen.
De woordvoerders van deze instanties wezen het hoge THC-gehalte in nederwiet en de aanwezigheid van coffeeshops in de buurt, als oorzaken van de problemen aan en vervolgens namen politici dit verwrongen beeld over. De vertegenwoordigers van deze instanties hadden toch moeten weten dat bij jongeren, vooral die binnen een sociaal/economische zwakke omgeving met weinig vertrouwen in de toekomst, het gebruik van cannabis sneller overgaat naar teveel of te frequent roken.
Er wordt niet stilgestaan bij het feit dat jongeren in het algemeen, maar vooral uit de kwetsbare en klassieke risicogroepen, het moeilijk hebben met de gestresste maatschappij, met de vele commerciële prikkels die op hen losgelaten worden, met het steeds jonger volwassen moeten zijn, met de verschraling in het vrijetijdsaanbod, de afbraak van het jeugd/jongerenwerk enz.

In zekere zin speelt hetzelfde op scholen. Er vinden al jaren verhitte discussies plaats over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs maar nergens wordt een relatie gelegd tussen opgebrande leraren, chronisch lesuitval, de problemen rond het ‘nieuwe leren' en dat een deel van de scholieren daardoor veel blowen en in een vicieuze cirkel terechtkomen van onder andere slechte leerprestaties. Het gebruik van cannabis onder scholieren en waar het in misbruik overgaat, is een zeer complex vraagstuk dat niet beantwoord kan worden met bovenstaande oneliners van het CDA.
De zorg voor het welzijn van scholieren en het verhogen van de leerprestaties verlangt een brede aanpak van inspirerend onderwijs, van het verhogen van de assertiviteit onder jongeren, van het beslechten van de kloven tussen witte en zwarte scholen enz.
Daarnaast is het van groot belang dat er een verschuiving plaatsvindt in de aandacht voor de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg van scholieren naar veel meer preventie tegen excessief alcoholgebruik en de zorgwekkende toename van depressiviteit en zwaarlijvigheid. In de denktrant van het regeerakkoord over de aanpak van het gebruik van cannabis onder scholieren zou dit tot het sluiten van cafés, supermarkten, snackbars en lectuurshops nabij scholen moeten leiden. Los van het feit dat een dergelijke maatregel überhaupt niet te verwachten valt, zal dit in de maatschappij tot een golf van ongeloof in de overheid leiden, om over de verregaande juridische gevolgen, die een verbod op coffeeshops al met zich meebrengt, maar te zwijgen.

Bij de presentatie van het regeerakkoord benadrukte het kabinet het nieuwe politieke elan van het in overleg treden met de maatschappelijke kaders voor het opbouwen van draagvlak van het nieuwe beleid. Ten aanzien van het coffeeshopbeleid zouden de lokale overheden (triparty's), de VNG en de bonden van eigenaren van coffeeshops, de kaders moeten zijn waarmee de regering in overleg moet treden.
De oproep van premier Balkenende dat burgers coffeeshops nabij scholen moeten aangeven, is een indicatie dat het CDA een dergelijk overleg links laat liggen. Het is aan de politieke partijen in de Tweede Kamer om de regering hierop te wijzen. Blijft dit achterwege, dan is de oproep van het verbod op coffeeshops nabij scholen louter symboolpolitiek.


Adviesburo Drugs
August de Loor

Terug naar het nieuwsoverzicht