De G-regel voor coffeeshops
De laatste tijd is er sprake van een toename van het aantal overvallen op personeel van coffeeshops die zorg dragen voor het dagelijks bevoorraden van de hasj en wiet. Deze toename vindt vooral in Amsterdam plaats maar ook berichten uit andere steden wijzen op dit probleem.
Aangezien de landelijke gedoogcriteria voor coffeeshops slechts een zeer beperkte voorraad van 500 gram hasj of wiet in een coffeeshop toestaat (de G-regel van de gedoogcriteria van de overheid voor coffeeshops) moet er, vooral bij drukke shops, meerdere malen per dag de voorraad aangevuld worden.
Hiervoor begeeft een personeelslid zich naar een zogenaamd voorraadadres dat, gelet op de eerder genoemde gedoogcriteria, zich redelijk ver van een coffeeshop moet bevinden. Blijkbaar weten de overvallers deze persoon te traceren zodat hij of zij onderweg of op het voorraadadres zodanig bedreigd wordt dat de hasj of wiet afgegeven wordt.
In overleg met het Amsterdamse stadsbestuur is besproken hoe deze zorgwekkende ontwikkeling tegengegaan kan worden. Een van de belangrijkste aanbevelingen van dit overleg was het verruimen van de G-regel voor coffeeshops. Een eenvoudige rekensom leert dat bij een verhoging van 500 gram naar één kilo voorraad de kans op het overvallen van de bevoorraders met de helft daalt. In hoeverre de voorraad voor coffeeshops daadwerkelijk verhoogd moet worden is voor nader overleg. Zo valt te overwegen om de toegestane voorraad vast te stellen op basis van de dagelijkse omzet. Het strekt tot aanbeveling dat in het komend drugsdebat de Tweede Kamer er bij de regering op aandringt de huidige G-regel van 500 gram inruilt voor een betere regel die een daadwerkelijk antwoord is op het probleem van overvallen op bevoorraders van coffeeshops. Daardoor wordt voorkomen dat tijdens de openingstijden de voorraad aangevuld moet worden met als belangrijkste voordeel dat de overvaller niet meer vanuit de shop kan zien wie de bevoorrader i is.
