Stuur dit nieuwsbericht door

Paddo's

Een pleidooi voor een pragmatisch beleid en een commentaar op de belangrijkste argumenten van minister Klink voor een verbod van paddo’s

Naar aanleiding van een alarmerend bericht in de media (maart 2007) over een Franse toeriste die in Amsterdam onder invloed van paddo’s zelfmoord zou hebben gepleegd nam de Tweede Kamer, zonder na te gaan of dit bericht wel klopte en zonder na te denken over de eventuele gevreolgen, binnen twee dagen een motie aan om het bezit en de verkoop van paddo’s te verbieden.

Hoewel een speciale onderzoekscommissie van het ministerie van VWS (CAM) tot twee keer toe een verbod van paddo’s als een disproportionele maatregel omschreef en het ministerie adviseerde de voorstellen vanuit Amsterdam van een regulering van de verkoop van paddo’s in grote lijnen over te nemen, besloot de minister in november 2007 toch de motie van de Tweede Kamer te honoreren.

In februari 2007 hadden de Amsterdamse GGD en het Adviesburo Drugs al een notitie geschreven met een analyse van een trendmatige stijging vanaf begin 2005 van het aantal ambulanceritten voor het verlenen van eerste hulp bij problemen na gebruik van paddo’s in Amsterdam. Bij het zoeken naar een plan van aanpak om het aantal ritten terug te dringen werd contact opgenomen met de Vereniging Landelijk Overleg Smartshops (VLOS). Het overleg resulteerde in een aantal voorstellen dat, na goedkeuring door de Gemeenteraad, door burgemeester Cohen aan het ministerie van VWS en de Tweede Kamer werd voorgelegd:


    *

      Regulering en vermindering van het aantal verkooppunten van paddo’s;
    *

      Invoering van een wachttijd van enkele dagen om impulsieve aankoop en aankoop door toeristen, die maar een paar dagen in Amsterdam zijn, terug te dringen;
    *

      Geen reclame voor paddo’s op voorgevels of in etalages van verkooppunten;
    *

      Geen verkoop van paddo’s aan personen onder de 18 jaar;
    *

      Eenduidige voorlichting over de werking en de risico’s van paddo’s en training van het personeel.


Deze voorstellen waren het resultaat van de studie van de cijfers van de ambulancedienst waaruit bleek dat meer dan 90% van de eerste hulp nodig was voor toeristen die een aantal dagen Amsterdam bezoeken en een klein verkennend onderzoek waaruit bleek dat zich in de rest van Nederland geen overeenkomstige ontwikkelingen voordoen.

Met deze voorstellen gaf de Amsterdamse overheid uitdrukking aan het feit dat aan het gebruik van een hallucinogeen middel als paddo’s wel degelijk risico’s verbonden zijn en een regulering van de verkoop verlangd. Bovendien dragen de voorstellen bij aan een meer evenwichtig Nederlands drugsbeleid. Daar waar de verkoop van softdrugs in coffeeshops aan allerlei regels en voorwaarden is onderworpen (AHOJ-G regels) ontbreken deze volledig bij de verkoop van paddo’s, notabene een middel met een potentieel meer ingrijpende werking dan cannabis.

(Al in 1996, toen de eerste smartshops met de verkoop van paddo’s begonnen had de VLOS en het Adviesburo Drugs er bij het ministerie van VWS op aangedrongen om de verkoop van paddo’s te reguleren  alleen al om te voorkomen dat souvenirshops en toeristenwinkeltjes zich met deze handel zouden gaan bezighouden. De ongeremde toename van dergelijke, te laagdrempelige verkooppunten van paddo’s vooral in Amsterdam heeft naast de stormachtige ontwikkeling van het stedentoerisme ongetwijfeld bijgedragen aan de stijging van het aantal paddogerelateerde incidenten in die stad. Het is een bizarre constatering dat hetzelfde ministerie dat 12 jaar geleden het voorstel voor de regulering van de verkoop van paddo’s negeerde nu alleen op basis van de Amsterdamse cijfers van paddogerelateerde eerste hulp aanstuurt op een landelijk verbod op het bezit en de verkoop van paddo’s.)


De keuze van de gemeente Amsterdam voor een regulering was mede gebaseerd op een analyse van het Adviesburo van de mogelijke gevolgen van een verbod van paddo’s


    *

      Een verbod zal er niet toe leiden dat het gebruik van hallucinogene middelen zal stoppen. Er zal een onwenselijke verschuiving ontstaan  in het gebruik van illegale hallucinogenen die ruimschoots voor handen zijn zoals LSD, MDA en 2-CB.
    *

      De gebruikers van paddo’s zijn dan aangewezen op middelen die ze eigenlijk niet wensen. Deze middelen moeten bovendien in het illegale circuit gekocht worden waar het ontbreekt aan deugdelijke voorlichting, inzicht in de dosering en met het risico dat daar ook vaak andere middelen te koop zijn zoals xtc en speed.
    *

      Een ander nadeel van de illegale hallucinogenen is dat deze veel moeilijker te doseren zijn dan verse paddo’s.
    *

      Door een verbod op paddo’s zal de productie van illegale hallucinogenen toenemen met het risico dat handel en gebruik naar het uitgaanscircuit verschuiven. (Alleen al het volume van de paddobakjes zorgt ervoor dat handel en gebruik buiten het disco- of partycircuit blijven. MDA-tabletten of LSD-trips kunnen daarentegen makkelijk de portier passeren).
    *

      Een ander risico is de opkomst van synthetische psilocybine (de werkzame stof in paddo’s), die of in tablet of in capsule op de illegale markt zal verschijnen met een extra risico dat deze verkocht worden als uitgaansdrugs.


Voor gebruikers met een afkeer voor synthetische hallucinogenen zal een verbod op paddo’s andere gevolgen hebben.

    *

      Men gaat op zoek naar paddo’s in de natuur met het risico dat giftige paddo’s geplukt worden die niet te onderscheiden zijn van wat gewenst wordt.
    *

      Er wordt uitgeweken naar plantaardige alternatieven zoals Peyote, San Pedro of extracten van hallucinogene plantendelen of zaden, allemaal producten waarbij de dosering en wijze van gebruik sneller tot problemen kunnen leiden dan bij paddo’s.


Ondanks het pleidooi van Amsterdam en het CAM  voor een regulering van de paddoverkoop

en bovenstaande analyse van de mogelijke gevolgen van een verbod van paddo’s bleef een meerderheid van de Tweede Kamer voorstander van een verbod op bezit en verkoop.


Zoals eerder beschreven maakte de minister in november 2007 zijn besluit bekend  ook voor een verbod te zijn door te stellen dat “het gebruik van paddo’s tot onvoorspelbare effecten kan leiden en daarmee tot risicovol gedrag”.

Dit argument is op z’n minst opmerkelijk te noemen omdat een dergelijk risico voor vrijwel alle genotsmiddelen opgaat wat zou betekenen dat als de minister consequent zou zijn hij ook alcohol moet verbieden, een middel dat in tegenstelling tot paddo’s ook risico oplevert voor de omgeving (overlast, verkeersdoden, huiselijk geweld, seksuele misdragingen, zinloos geweld).

Ook bij het tweede argument van de minister voor een verbod zijn vele vraagtekens te zetten .

Met het argument “dat het niet doenlijk is om een zodanig veilige gebruikerssituatie te garanderen dat de gevolgen van een eventuele bad trip kunnen worden beperkt” dicht de minister aan het gebruik van paddo’s zo’n groot risico toe dat het de vraag oproept waarom het ministerie in 1996 op z’n minst het voorstel voor een regulering van de paddoverkoop niet serieus heeft genomen.

Als paddo’s werkelijk zo riskant zouden zijn dan was er toch vanaf de jaren zestig, toen het gebruik in Nederland doorbrak, een stroom van bezorgde berichten op gang gekomen van zowel ambulancediensten en ziekenhuizen (eerste hulp) als van huisartsen en drugsinstellingen (verdere hulp). Op een aantal niet geverifieerde incidenten na die de media haalde, is daar echter nooit sprake van geweest. Zo heeft bijvoorbeeld de jaarlijkse Nationale Drugs Monitor (NDM) nog nooit cijfers bekend gemaakt van hulpverzoeken naar aanleiding van het gebruik van paddo’s bij deze twee niveaus van hulpverlening.

In dezelfde brief van november 2007 aan de Tweede Kamer stelt de minister dat het ontbreken van deze cijfers niet hoeft te betekenen dat er geen eerste hulp of andere vormen van hulp aan verwarde paddogebruikers buiten Amsterdam verleend wordt. De minister verklaart het ontbreken van cijfers door een gebrekkige registratie en doordat ziekenhuizen en huisartsen de anonimiteit van patiënten in acht nemen. De praktijk leert echter dat, wanneer er zich substantiële ontwikkelingen voordoen, helemaal als het een gevoelig onderwerp als drugs betreft, deze vrijwel altijd op de één of andere manier aan de orde komen in de locale overleggen van ambulancediensten, ziekenhuizen of huisartsen. Als zelfs in de periode dat de paddo het onderwerp van een nationale discussie is geworden de minister nog steeds geen harde signalen uit het land over hulpverzoeken binnen krijgt, dan zal het met de risico’s wel meevallen.  Of het zou zo moeten zijn dat er buiten Amsterdam weinig of geen paddo’s worden gebruikt. Uit informatie van het VLOS blijkt echter dat 65% van de omzet van paddo’s in Nederland buiten Amsterdam wordt gemaakt. Dit toont aan dat er in de rest van ons land wel degelijk paddo’s worden gebruikt zodat, als de minister gelijk zou hebben, dit een stroom aan paddo-incidenten had moeten opleveren. De praktijk leert anders. Tot nog toe zijn er alleen gegevens bekend uit Amsterdam en dan ook nog alleen over het aantal paddogerelateerde ambulanceritten van de afgelopen jaren. Daarbij ging het steeds in ongeveer 90% van de gevallen om buitenlandse toeristen. Het aantal Nederlandse paddogebruikers waar de ambulance in Amsterdam voor uitrukte bleef zeer beperkt (12 in 2006, 14 in 2007).

Van de in totaal 149 paddogerelateerde ambulanceritten in Amsterdam in 2007 werd in 69 gevallen slechts eenvoudige hulp ter plekke geboden (geruststellen van het slachtoffer en eventueel het instrueren van de vrienden om een rustige plek op te zoeken). In 80 gevallen werd het slachtoffer met de ambulance vervoerd, waarbij uiteindelijk slechts in 9 gevallen een (kortstondige) ziekenhuisopname nodig was. Als daarvan ongeveer 10% Nederlandse gebruikers zijn dan gaat het op jaarbasis nog  niet eens om 1 persoon. De ambulancecijfers met een hoog percentage toeristen maken duidelijk dat het paddoprobleem in feite een Amsterdams toeristenprobleem is.

Het is een weerslag van de forse groei van het stedentoerisme, waarbij mede door een paddoverbod in eigen land een deel van de toeristen besluit om tijdens de drie, vier dagen in Amsterdam paddo’s te gebruiken in een veel te hectische omgeving met volle terrassen en drukke straten en pleinen. Als daarbij een aantal binnen de groep ook nog geen nee durft te zeggen en er naast paddo’s stevig gedronken en geblowd wordt is de kans dat het fout gaat groot. Wanneer we dergelijke risicovolle omstandigheden waaronder toeristen in de Amsterdamse binnenstad paddo’s gebruiken relateren aan de aard en omvang van de eerste hulp, kunnen we stellen dat zelfs in een “onveilige gebruikerssituatie” (term van minister Klink) de risico’s van paddo’s in de praktijk wel meevallen en in ieder geval een verbod op paddo’s niet legitimeren.


Stichting Adviesburo Drugs,  juni 2008.


 
PADDO´S    

een analyse en een plan van aanpak

Naar aanleiding van een dodelijk ongeval van een Frans meisje dat in schoolverband Amsterdam bezocht ontstond veel commotie in de media over de gevaren van paddo’s, terwijl het op dat moment nog volstrekt onduidelijk was of het meisje paddo’s had gebruikt.
De berichten leidden onder andere tot een discussie in de Tweede Kamer met als resultaat dat een meerderheid een verbod op de verkoop van paddo’s wenste. Op voorspraak van de minister van VWS koos de regering voor een nieuw onderzoek naar de risico’s van paddo’s door het CAM, dat al een aantal jaren eerder een risicoanalyse had opgesteld.
Het Adviesburo Drugs onderhoudt vanuit haar doelstellingen van drugsmonitoring en gezondheidspreventie vanaf 1994 contacten met smartshops in Nederland en heeft regelmatig overleg met de Vereniging Landelijk Overleg Smartshops (VLOS) in het bijzonder over gezondheidsgerelateerde onderwerpen.

Een incident met een zwerver op Schiphol, die na het eten van een paddoreep uit een prullenbak eerste hulp nodig had (augustus 2006) was voor het Adviesburo aanleiding om in overleg met de VLOS en de Amsterdamse GGD actie te ondernemen om herhaling te voorkomen (zie bijlage 1). Hiervoor werd nagegaan of er ook in Amsterdam incidenten met paddorepen hadden plaats gevonden. Uit de cijfers van de meldkamer van de Amsterdamse ambulancediensten kwam echter een ander beeld naar voren: een toename sinds 2005 van eerste hulp aan toeristen die paddo’s hadden gebruikt. Nader onderzoek in andere steden wees uit dat dergelijke problemen zich alleen in de Amsterdamse binnenstad voordoen en dan ook nog alleen onder toeristen (uit de cijfers blijkt dat slechts incidenteel een Nederlandse gebruiker een beroep doet op de ambulance).

Dit was voor de GGD en het Adviesburo aanleiding om een overleg te starten met de eigenaren van smartshops in de Amsterdamse binnenstad om meer inzicht te krijgen in het probleem en om uit te vinden hoe het aantal verzoeken om eerste hulp teruggedrongen kan worden. De VLOS werd verzocht hierbij aanwezig te zijn. Zowel het ministerie van VWS als het Amsterdamse stadhuis werden over deze pragmatische aanpak ingelicht.
Tot op heden hebben er twee overleggen plaats gevonden, waarvan de resultaten globaal beschreven staan in een notitie van het Adviesburo (zie bijlage 2).

Om een zo breed mogelijk draagvlak te verkrijgen voor de voorstellen van het Amsterdamse overleg organiseerde de VLOS een landelijke bijeenkomst voor eigenaren van smartshops (leden en niet-leden). Na intensief overleg op een druk bezochte bijeenkomst werden de voorstellen goedgekeurd (zie bijlage 3). Ze kunnen dus rekenen op een breed draagvlak in de branche en zijn met weinig moeite uitvoerbaar zonder ingrijpende wijziging van het paddobeleid. De voorstellen spelen in op de specifieke situatie van de Amsterdamse binnenstad en dragen tegelijkertijd bij aan een verbetering van de voorlichting over paddo’s en de professionalisering van het personeel van smartshops in heel Nederland.

De markt van hallucinogenen
Gelet op de wens van een meerderheid in Tweede Kamer is het zinvol om stil te staan bij de mogelijke gevolgen van een verbod op de verkoop van paddo’s. Daarvoor is het van belang om eerst de belangrijkste kenmerken te beschrijven van de markt van hallucinogenen waar paddo’s deel van uitmaken.

    * Gevarieerd aanbod van middelen: LSD, MDA, 2-CB, 2-CT-2, 2-CT-7, DMT, psilocybine bevattende paddestoelen, mescaline bevattende cacteën en zaden en bladeren van een heel arsenaal aan hallucinogene planten.
    * Meerdere circuits voor de verkoop: smartshops en Internet (legale plantaardige hallucinogenen) en het circuit van privé-adressen en gebruikers onderling (LSD, MDA enz.).
    * Gebruik: thuis of in de natuur. Lichte doseringen worden ook wel gebruikt tijdens het uitgaan op privé-feesten of party’s.

Het is duidelijk dat op deze markt een grote verscheidenheid aan middelen in omloop is met verschillen in wettelijke status, uiterlijk, wijze van gebruik en verkoopcircuits. Daarnaast valt het volgende op.

    * Het aantal gebruikers van hallucinogenen is ten opzichte van die van bijvoorbeeld cannabis en uitgaansdrugs beperkt.
    * De frequentie van het gebruik is laag, wat grotendeels wordt verklaard door de specifieke werking van hallucinogenen, waardoor de gebruiker tijd nodig heeft om de opgedane, vaak intense ervaringen en indrukken te verwerken. Bij velen blijft het gebruik bovendien beperkt tot een paar keer.
    * De gebruikers hebben bijna allemaal ervaring met andere middelen, zoals cannabis en xtc.
    * De markt van hallucinogenen is, met uitzondering van paddo’s die in smartshops worden verkocht, een maatschappelijk onzichtbaar fenomeen.
    * Van alle hallucinogenen worden paddo’s het meest gebruikt, vaak in hoeveelheden die nauwelijks een echt hallucinogeen effect geven. Van de ooit paddogebruikers stapt maar een klein deel over op andere, krachtigere hallucinogenen.
    * Gelet op de potentiële risico’s van hallucinogenen is het opvallend hoe weinig problemen zich voordoen. Blijkbaar zijn gebruikers in staat om op een verantwoorde manier met deze middelen om te gaan met een hoge graad aan onderlinge zelfredzaamheid als zich toch problemen voordoen.

Een verbod op de verkoop van paddo’s.
Net zoals de andere drugsmarkten(*1) is ook die van hallucinogenen aan veranderingen onderhevig. Allerlei maatschappelijke invloeden spelen een rol waardoor plotselinge of geleidelijke veranderingen plaats vinden in zowel het aanbod als de vraag naar middelen. Maar ook maatregelen van de overheid hebben daar invloed op.
Het is daarom van belang om na te gaan wat de gevolgen van een verbod op de verkoop van paddo’s zouden kunnen zijn.

Een dergelijk verbod zal in eerste instantie tot ongeloof en kwaadheid leiden in de smartshopbranche omdat weer een product uit de schappen van de smartshops verdwijnt. (De laatste jaren heeft de branche op voorspraak van de Inspectie voor de Volksgezondheid van het ministerie van VWS al veel zogenaamde smartproducten uit het assortiment moeten halen). Ten aanzien van paddo’s zal de kwaadheid extra gevoed worden omdat het verbod gebaseerd is op een enkel incident, terwijl de Nationale Drugs Monitor al jaren niet of nauwelijks problemen signaleert met het gebruik van paddo’s.

Een verbod op de verkoop van paddo’s zal niet leiden tot een afname van de behoefte onder (potentiële) consumenten aan hallucinogene middelen. Het verbod zal hoogstens tot gevolg hebben dat het gebruik van paddo’s onder toeristen die Amsterdam aandoen grotendeels zal
verdwijnen. Dat geldt vooral voor diegenen die slechts een paar dagen Amsterdam bezoeken en zich geen tijd en moeite getroosten om op een andere manier dan via smartshops paddo’s
te kopen (het is onwaarschijnlijk dat een verbod op de verkoop van paddo’s zal leiden tot straathandel in de Amsterdamse binnenstad).

Onder Nederlandse gebruikers zal een verbod leiden tot een geforceerde keuze voor alternatieven die, zoals hiervoor is beschreven, ruimschoots voor handen zijn: LSD papertrips of microdots en andere synthetische hallucinogenen in tabletvorm, zoals MDA,
2-CB, 2-CT-2, 2-CT-7 en mogelijk synthetische psilocybine.


Aan deze geforceerde overstap kleven een aantal nadelen:

    * Er is geen of nauwelijks ervaring met het gebruik van deze alternatieve hallucinogenen.
    * Omdat de gebruiker het als een geforceerde keuze ervaart zal de bereidheid om de noodzakelijke informatie over de risico’s van deze middelen in te winnen gering zijn.
    * De gebruiker is voor deze middelen aangewezen op het illegale verkoopcircuit met alle nadelen van dien, zoals het ontbreken van deugdelijke voorlichting en onzekerheid over wat er gekocht wordt en in welke dosering (vooral als het om tabletten gaat).
    * Door het verbod op paddo’s zal de productie van bovengenoemde middelen toenemen met als risico dat die in tabletvorm onderdeel kunnen worden van het vervuilde aanbod van xtc-tabletten.

Een deel van de gebruikers heeft een uitgesproken voorkeur voor “natuurlijke” hallucinogene middelen. Het is onwaarschijnlijk dat zij door het verbod over zullen stappen op de hierboven genoemde synthetische middelen. Deze categorie gebruikers zal op zoek gaan naar “natuurlijke” alternatieven, waarbij zich de volgende ontwikkelingen kunnen voordoen:

    * Gebruikers gaan de bossen in op zoek naar paddo’s met het risico van het plukken van verkeerde, giftige paddestoelen (er zouden hierdoor in Frankrijk doden zijn gevallen).
    * Gebruikers gaan thuis paddo’s kweken met kweeksetjes.
    * Uitwijken naar andere plantaardige hallucinogenen zoals peyote, san pedro of diverse plantendelen of zaden met hallucinogene werking.
    * Uitwijken naar extracten van hallucinogene plantendelen of zaden.
    * Het is onwaarschijnlijk dat door het verbod de productie van paddo’s helemaal stopt. De kweek van paddo’s zal ondergronds gaan met het risico dat het eindproduct in gedroogde vorm “verstopt” op de markt komt in chocoladerepen, honing of theezakjes met het risico dat het in verkeerde handen terecht komt, bijvoorbeeld van kinderen.
    * Net zoals bij de synthetische ontbreekt het bij de “natuurlijke” hallucinogenen aan voorlichting over de werking, de risico’s en wat te doen als iemand hulp nodige heeft. Het ontbreken van deze informatie zal ten koste gaan van de redzaamheid onder gebruikers waardoor de kans op een stijging van het aantal incidenten met het gebruik van hallucinogenen eerder toe als af zal nemen.

Mei 2007, Adviesburo Drugs.

(*1) Het Adviesburo onderscheidt vijf verschillende drugsmarkten waarvan de markt van cannabis, na alcohol het meest populaire genotmiddel, de grootste is met daarnaast de markt van smartproducten, de markt van roesmiddelen ( heroïne en cocaïnebase), de markt van uitgaansdrugs (xtc, cocaïne, amfetamine en GHB) en de relatief kleine markt van hallucinogenen. Het spreekt voor zich dat deze markten niet strikt gescheiden zijn maar omdat de verschillen in ontwikkeling van vraag en aanbod groter zijn dan de overeenkomsten is deze opdeling gerechtvaardigd.


Bijlage 1
Paddorepen
Signalering en aanpak

Een aantal weken geleden verschenen er berichten in de media over een zwerver op Schiphol die in de problemen was gekomen na het eten van een chocoladereep die hij uit een vuilnisbak
had opgevist. Uit onderzoek door het NFI bleek dat de reep paddo’s bevatte.
Aangezien dit niet op de verpakking wordt aangeduid kunnen deze repen problemen veroorzaken. Een hallucinogeen effect bij iemand die daar niet op rekent kan tot grote paniek leiden om over de risico’s voor kinderen nog maar te zwijgen.
Het was voor het Adviesburo aanleiding om te proberen deze paddorepen uit de roulatie te krijgen. In de tweede helft van de jaren negentig heeft het Adviesburo hier ook al aandacht aan besteed.

Bij de opkomst van de smartshops kwamen in het kielzog van de verkoop van paddo’s allerlei producten op de markt waar paddo’s in verwerkt waren zoals paddo-honing, paddo-repen, paddo-lollies en paddo-ijsjes. Het Adviesburo wees de smartshopbranche en de VLOS
(Vereniging Landelijk Overleg Smartshops) op de ongewenstheid van dit soort producten.
De branche nam haar verantwoordelijkheid en haalde deze producten uit het assortiment.
Na jarenlange procedures deed de Hoge Raad in 2002 een uitspraak over de juridische status van paddo’s. Deze kwam er op neer dat bewerkte paddo’s (waaronder ook gedroogde) onder de Opiumwet vallen(*2). Daarmee werd de productie en verkoop van bovengenoemde producten strafbaar.

In juni 2003 werd een reep aangeboden op het drugstestspreekuur van het Adviesburo die paddo’s bevatte. Hoewel de aanleveraar vertelde dat de reep niet in een smartshop was gekocht, wees het bureau de VLOS erop dat er weer paddorepen in omloop waren.
Met het Schiphol-incident herhaalt zich de geschiedenis. Daarnaast wees het DIMS het Adviesburo op een incident met paddorepen in Frankrijk, waarbij een Amsterdamse coffeeshop als verkooppunt werd genoemd. Hoewel deze informatie niet “hard” was heeft het Adviesburo naast de VLOS ook de BCD (Bond van Cannabis Detaillisten) geïnformeerd over de incidenten met paddorepen. Beide belangenverenigingen hebben via hun website een dringende oproep gedaan naar hun achterban om zich niet met de verkoop van paddorepen in te laten. Bovendien heeft de VLOS een open brief over dit onderwerp geplaatst in het blad Essensie, dat veel gelezen wordt in de coffee-, grow-, head- en smartshopwereld.

Om ook de niet-leden van de VLOS te bereiken hebben medewerkers van het Adviesburo
diverse in aanmerking komende shops in de Amsterdamse binnenstad bezocht om hen op de hoogte te brengen van het verbod op en de onwenselijkheid van de verkoop van paddorepen.
Bovendien is de GGD geïnformeerd over het rouleren van paddorepen in Amsterdam. Deze informatie is doorgegeven naar de meldkamer van de ambulancediensten, zodat alert gereageerd kan worden bij incidenten.

Hopelijk draagt deze aanpak ertoe bij dat incidenten met paddorepen afnemen en adequate hulp wordt geboden.

Stichting Adviesburo Drugs, september 2006

(*2) Deze uitspaak was voor het Adviesburo aanleiding om de smartshopbranche aan te bevelen om paddo’s voortaan in zogenaamde versbakjes te verpakken. Daardoor bleven de paddo’s niet alleen langer vers maar kon ook productinformatie en informatie over verstandig gebruik op de bakjes vermeld worden.


Bijlage 2
Toeristen en het gebruik van paddo’s

Naar aanleiding van een incident met een zwerver op Schiphol die zonder het te weten een chocoladereep met paddo’s had opgegeten nam het Adviesburo Drugs contact op met de GGD om de ambulancediensten te informeren.

Om na te gaan of er zich ook in Amsterdam incidenten met paddorepen hadden voorgedaan werden de gegevens van de ambulances over de afgelopen jaren verzameld. Dat bleek niet het geval. Wel viel op dat vanaf 2004 het aantal incidenten met paddo’s waarvoor een ambulance uitreed, gestegen was (tabel GGD bijlage 1). Op een enkele Nederlander na bleek de ambulance vooral uit te rijden voor eerste hulp aan toeristen en hoofdzakelijk in het weekend.
De GGD en het Adviesburo kozen ervoor om de smartshops uit de Amsterdamse binnenstad in te schakelen om uit te vinden waarom juist toeristen in de problemen komen en op welke
manier zij een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van het aantal incidenten.
De GGD nam contact op met het stadhuis, dat het betrekken van de smartshops bij de aanpak van het probleem ondersteunde.

Om te benadrukken dat het hier om een typisch Amsterdams probleem gaat en om de inbreng van de smartshops zo optimaal mogelijk te benutten werd besloten geen verdere ruchtbaarheid aan dit probleem te geven. Het Adviesburo nam contact op met de Vereniging Landelijk Overleg Smartshops (VLOS) met het verzoek een bijeenkomst te organiseren met de Amsterdamse smartshops. De voorzitter van de VLOS bood zijn medewerking aan.
Het overleg vond op 22 september plaats tussen de GGD, het bestuur van de VLOS, enkele kwekers van paddo’s en veel eigenaren van Amsterdamse smartshops waarbij het Adviesburo als gespreksleider optrad.
Deze notitie is bedoeld voor een tweede overleg tussen de GGD en de smartshopbranche.
over hoe het aantal incidenten onder toeristen terug gedrongen kan worden.

In eerste instantie is het belangrijk om bij de tabel van de GGD een aantal kanttekeningen te
plaatsen. Hoewel het aan exacte cijfers ontbreekt, blijft het aantal incidenten gering ten opzichte van het totale gebruik van paddo’s onder toeristen.
Daarnaast zijn er voldoende aanwijzingen dat de tabel een overtrokken beeld geeft van het probleem. Op een enkele uitzondering na vindt de eerste hulp aan toeristen plaats op straat of in een horecagelegenheid. Uit de gegevens van de GGD valt niet af te leiden wie er voor eerste hulp heeft gebeld. Het is aannemelijk dat dit in veel gevallen derden en in de horeca eigenaren of personeel zullen zijn. De aanleiding om te bellen kan dan eerder liggen op het terrein van overlast of verstoring van de sfeer in een horecagelegenheid
dan in de ernst van de situatie voor de toerist. Dit wordt bevestigd door de gegevens van de GGD waaruit blijkt dat in meer dan 50% van de gevallen de toerist op een zeer eenvoudige manier ter plekke geholpen kan worden, bijvoorbeeld door hem/haar gerust te stellen of te zorgen dat iemand met vrienden mee kan naar een rustige plek.
Dit betekent echter niet dat het probleem niet serieus genomen moet worden.
Van belang is de vraag waarom op een enkele uitzondering na alleen toeristen eerste hulp nodig hebben.

In de gesprekken met het Adviesburo wijzen de eigenaren van smartshops erop dat bijna alle toeristen in groepsverband paddo’s kopen. De eigenaren hebben de indruk dat er ook in groepsverband wordt gebruikt. Het in groepsverband gebruiken komt overeen met hoe Nederlandse consumenten paddo’s gebruiken. Dit betekent dat de omstandigheden waaronder toeristen in Amsterdam paddo’s gebruiken slechter moeten zijn dan die voor Nederlandse consumenten.

Het gebruik van paddo’s verlangt een rustige omgeving met zo weinig mogelijk onverwachte invloeden van buitenaf. Dit betekent dat paddo’s meestal met vrienden gebruikt worden en vooraf een geschikte omgeving afgesproken wordt. Waar Nederlandse gebruikers over meerdere mogelijkheden beschikken zoals thuis, bij vrienden, park, bos of strand, zijn toeristen aangewezen op de Amsterdamse binnenstad, onrustige straten en pleinen, kleine kamertjes in budgethotels of drukke café’s of coffeeshops. In zo’n ongunstige omgeving neemt de kans toe dat een toerist in de problemen komt door het gebruik van paddo’s. Het is dan ook niet toevallig dat de eerste hulp aan toeristen op straat of in een horecagelegenheid plaats vindt.

De incidenten doen zich vooral voor bij toeristen die maar een paar dagen in Amsterdam zijn
en zoveel mogelijk gebruik willen maken van de geneugten van Amsterdam zoals café’s coffeeshops, clubs en party’s ( voor zover de informatie van de VLOS reikt zijn er geen berichten uit andere steden in Nederland over toeristen die eerste hulp nodig hebben van de ambulance). Omdat dit alles in zo’n korte tijd moet gebeuren worden er extra risico’s genomen waarbij het gebruik van paddo’s net even te veel kan zijn.

Ook kan door de groepsdruk iemand die vermoeid is of niet lekker in z’n vel zit toch besluiten om paddo’s te nemen met een grotere kans dat het mis gaat.
Eigenaren van smartshops wijzen ook op het gecombineerde gebruik van paddo’s met alcohol en/of cannabis dat bij toeristen veel meer voorkomt dan bij Nederlanders.
De gegevens van de ambulances geven hierover geen uitsluitsel omdat alleen het gebruik van paddo’s als oorzaak van de noodzaak van eerste hulp wordt genoemd. Het is echter de vraag of deze gegevens volledig zijn. Misschien worden paddo’s alleen genoemd omdat deze als laatste gebruikt zijn of omdat je hiervan het meest in de war kan raken.

Waarom is er sinds 2004 sprake van een stijging van het aantal verzoeken voor eerste hulp aan toeristen na het gebruik van paddo’s?
Deze stijging moet worden gezocht in een aantal algemene ontwikkelingen van het toerisme naar Amsterdam. De ontspannen sfeer en het tolerante klimaat van Amsterdam heeft al decennia lang een aantrekkingskracht op toeristen. De binnenstad met bruine café’s, terrasjes en de Wallen kan op een grote populariteit rekenen waarbij het vrijelijk kunnen roken van cannabis in een coffeeshop voor tienduizenden toeristen van jong tot oud als een unicum ervaren wordt. De laatste jaren zijn daar blijkbaar de smartshops bijgekomen, waar paddo’s gekocht kunnen worden.
Daarnaast heeft het groepsreizen een grote vlucht genomen. Vanwege het aanbod van goedkope all-in reizen  houden groepen Engelsen, Italianen en Spanjaarden uit alle lagen van de bevolking zich op in de binnenstad van Amsterdam. Een groot deel van deze “nieuwe” categorie toeristen bevolken nu ook de terrasjes, bezoeken de Wallen, roken een joint in de coffeeshops en hebben de smartshops ontdekt.
De recente stijging van het aantal verzoeken voor eerste hulp kan daarbij niet los gezien worden van de forse groei van het aantal toeristen naar Nederland (bijlage 2), waarvan het overgrote deel een aantal dagen Amsterdam aandoet.

In de gegevens van de GGD valt het hoge percentage Engelsen op (29%) waar de ambulance voor uit moet rijden. Ook het relatief hoge percentage Ieren (7%) is opmerkelijk. Dit hoge percentage kan het gevolg zijn van dat veel van deze toeristen een aantal dagen naar Amsterdam komen, waarvan een deel blijkbaar paddo’s gebruikt. Dit valt op te maken uit de gesprekken met eigenaren van smartshops die erop wijzen dat relatief veel Engelse toeristen paddo’s kopen. Zij wijzen er ook op dat veel Italianen smartshops bezoeken die vooral interesse hebben in paddo’s met een sterke werking. Dit is misschien de reden van het na Engelsen hoge percentage Italiaanse toeristen waar een ambulance voor uit moet rijden.

Aanbevelingen.
Hoewel de stijging van het aantal verzoeken voor eerste hulp aan toeristen in het juiste perspectief gezien moet worden en relatief laag blijft is er voldoende aanleiding om een aantal preventieve maatregelen te nemen.
Dit is niet alleen van belang om het aantal ritten te verlagen maar ook om het imago in het buitenland van Amsterdam als “drugsstad” tegen te gaan. Om af te kunnen wegen welke maatregelen effectief zijn is het van belang meer gegevens te verzamelen over de aard van de problematiek. Het verzamelen van informatie door het personeel van de ambulances over welke middelen naast paddo’s een rol spelen waarom eerste hulp geboden moet worden is hierbij een eerste stap.
Een gerichte aanpak is gebaat bij een actief betrekken van de Amsterdamse smartshops. De smartshops spelen namelijk een sleutelrol in de contacten met de toeristen die paddo’s willen gebruiken.

In het overleg van 22 september zijn een aantal suggesties geopperd over de rol die smartshops kunnen spelen om het aantal incidenten terug te dringen.
Één van de voorstellen is om naast de reguliere paddobakjes kleinere porties op de markt te brengen speciaal voor toeristen. Deze suggestie is gebaseerd op het gegeven dat toeristen de neiging hebben om de inhoud van een bakje in één keer te gebruiken ( een deel van de inhoud voor thuis bewaren wordt, gelet op de illegale status van paddo’s in het eigen land, als te riskant beschouwd).
De gedachte achter dit voorstel is dat kleinere bakjes tot minder problemen leiden. Bij nadere beschouwing kleeft aan dit voorstel het nadeel dat dit drempelverlagend kan werken, terwijl een groot deel van de toeristen toch de voorkeur blijft houden voor de reguliere paddobakjes.
Het is beter dat de smartshopbranche overeenstemming bereikt over de aanbevolen dosering op de bakjes en over de rest aan productinformatie en voorlichting over paddo’s, met name adviezen over de omstandigheden waaronder paddo’s gebruikt kunnen worden.
Een andere suggestie die in het overleg naar voren kwam is het trainen van het personeel van smartshops. Een aantal jaren geleden heeft de VLOS een dergelijke cursus verzorgd waar veel belangstelling voor bestond. Het strekt tot aanbeveling deze cursus opnieuw op te starten, waarbij er apart aandacht besteed moet worden aan voorlichting aan toeristen die paddo’s kopen.
Daarnaast is er een suggestie geopperd voor het verspreiden van foldertjes over het gebruik en de risico’s van paddo’s via lowbudget hotels en andere plekken waar toeristen komen. Het nadeel daarvan is dat het nieuwsgierigheid kan opwekken bij toeristen die anders niet op de gedachte zouden komen om in Amsterdam paddo’s te gebruiken. In plaats daarvan is het het overwegen waard het (kader)personeel van lowbudget hotels, café’s, coffeeshops en andere zogenaamde vindplaatsen voor toeristen eerste hulp tips aan te reiken als zich in hun etablissement incidenten voordoen rond het gebruik van paddo’s (deze tips kunnen aangevuld worden hoe te reageren als een persoon teveel hasj of wiet heeft gerookt).
Een ander idee is om via websites informatie te verspreiden over de specifieke risico’s van het gebruiken van paddo’s in een vreemde stad, in de publieke ruimte van drukke straten en of volle horecagelegenheden. Via dergelijke informatie is het mogelijk om toeristen te informeren voordat zij de reis naar Amsterdam aanvangen. De vraag is welke websites daarvoor geschikt zijn.
Deze en eventuele andere suggesties vormen de basis voor een tweede overleg tussen de VLOS, de Amsterdamse smartshops, het Adviesburo en de GGD.

 

Amsterdam, 7 november 2006 Stichting Adviesburo Drugs






Bijlage 3


Toeristen en eerste hulp bij problemen na gebruik van paddo’s

Een overzicht van de belangrijkste oorzaken waarom toeristen eerste hulp nodig hebben na gebruik van paddo’s (bron: notitie GGD, notitie Adviesburo Drugs, twee overleggen tussen beide organisaties, de VLOS en eigenaren van smartshops in de Amsterdamse binnenstad en een speciaal landelijk overleg van leden en niet-leden van de VLOS).

    * Na onderzoek van de GGD blijkt dat het probleem zich alleen in Amsterdam voordoet.
    * De belangrijkste risicogroep vormen toeristen die slechts een paar dagen Amsterdam bezoeken. De piek voor eerste hulp ligt op zaterdag- en zondagavond in de directe omgeving van de belangrijkste uitgaanskwartieren van Amsterdam.
    * Het betreft vooral jong volwassen toeristen die in groepsverband een paar dagen Amsterdam bezoeken, waarbij in het bijzonder Engelsen en Italianen hulp nodig hebben.
    * Blijkbaar is de binnenstad en dat Amsterdam slechts een paar dagen bezocht wordt aanleiding dat een aantal toeristen eerste hulp nodig hebben.
    * Er zijn sterke aanwijzingen dat degene waarvoor de ambulance nodig is, naast paddo’s ook alcohol en/of cannabis gebruikt heeft (de ambulancebroeders hebben gelet op de urgentie bij het verlenen van eerste hulp geen tijd om hierover meer gegevens te verzamelen).
    * De eerste hulp blijkt voor het overgrote deel te bestaan uit het geruststellen van de betroffene en/of het instrueren van de vriendenkring. De hulp in het ziekenhuis beperkt zich hoofdzakelijk tot de eerste hulppost.

De stijging van het aantal incidenten in Amsterdam onder toeristen na gebruik van paddo’s moet serieus genomen worden maar moet wel gezien worden in relatie tot de toename van het aantal toeristen naar Amsterdam, vooral jong volwassenen in groepsverband (in 2006 trok Amsterdam 1,5 miljoen extra toeristen).

Aanbevelingen:

    * Er is geen aanleiding voor een herijking van de gezondheidsrisico’s van paddo’s  (als paddo’s gevaarlijk zouden zijn dan zouden relatief meer Nederlanders dan toeristen eerste hulp nodig hebben).
    * Het Amsterdamse probleem van incidenten onder toeristen na gebruik van paddo’s verlangt een Amsterdams antwoord ingebed binnen een landelijk beleid.

    * In navolging van de hasj/wietflyer voor coffeeshops strekt het tot aanbeveling om een landelijke flyer op te stellen met tips voor verantwoord gebruik van paddo’s.

    * Een landelijke cursus: verantwoorde verkoop paddo’s en andere psychoactieve stoffen voor het personeel van smartshops is aan te bevelen.
    * Ten aanzien van Amsterdam is het te overwegen een beleid te ontwikkelen van het beperken van het aantal verkooppunten van paddo’s.

april/mei 2007  Adviesburo Drugs

Terug naar het nieuwsoverzicht