Nederwiet, een harddrug?
En hoe het softdrugtoerisme naar Nederland teruggedrongen kan worden.
De afgelopen maanden ligt het Nederlandse softdrugsbeleid weer voor de zoveelste keer onder vuur. Er gaan stemmen op om nederwiet als harddrug te beschouwen en om met harde maatregelen het softdrugtoerisme naar Nederland aan te pakken. Voldoende aanleiding om op deze oproepen nader in te gaan.
Al jarenlang wordt er vanuit kringen van politie en verslavingszorg, met in hun kielzog de politiek en de media gewaarschuwd voor het hoge THC-gehalte in nederwiet. Ook in het Parool van 27 april wordt gesteld dat sterke nederwiet een verhoogd risico oplevert voor de gebruiker. Een in meerdere opzichten vreemde bewering omdat, net als bij andere genotmiddelen, vooral de wijze van gebruik het risico bepaalt.
Jenever is sterker dan wijn of bier maar het is toch niet zo dat het daardoor gevaarlijker is. Er is toch ook nooit gewaarschuwd toen zware bieren zoals abdijbier in opkomst kwamen? Hetzelfde geldt voor sterke of zwakke soorten cannabis. In zekere zin is sterke hasj of wiet zelfs beter omdat de gebruiker dan minder hoeft te roken en zodoende minder teer of andere schadelijke stoffen binnenkrijgt.
Maar ook in een ander opzicht is de waarschuwing voor het hoge THC-gehalte in nederwiet onterecht. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd er hoofdzakelijk hasj gerookt. In die tijd was nederwiet hoogstens in trek bij een aantal buitenkwekers, die de vieze smaak en dito geur ervan voor lief namen. In de jaren negentig kwam daar verandering in.
Door verbeterde kweektechnieken, afgekeken van de intensieve land- en tuinbouw, werd nederwiet rookbaar en commercieel aantrekkelijk voor de coffeeshops. Het resultaat was een enorme verschuiving in het gebruik van hasj naar nederwiet. Al vrij snel verschenen de eerste berichten over de gevaren van het hoge THC-gehalte van nederwiet terwijl het gehalte nog ver onder dat van hasj lag, dat al twee decennia de voorkeur genoot.
Vanuit historisch perspectief kan gesteld worden dat vanaf de jaren negentig het gebruik van softdrugs verschoof van hasj naar minder sterke nederwiet.
De stijging van de laatste jaren van het gemiddelde THC-gehalte in nederwiet (onderzoek vanaf 1999 door het Trimbos-instituut) doet hier weinig aan af. Nederwiet is nu gemiddeld bijna net zo sterk geworden als hasj.
Het is storend dat de resultaten van dit onderzoek niet in dit historisch perspectief zijn geplaatst. Hierdoor heeft het onderzoek niet de beeldvorming over de gevaren van nederwiet ontzenuwd maar eerder aangewakkerd.
Daarnaast was het zinvol geweest de oorzaak van de stijging uit te zoeken, die veel te maken heeft met het beleid van de overheid van de jacht op wietkwekerijen. Om de pakkans te verlagen is het kweken van zo klein en zo sterk mogelijke wietplantjes op gang gekomen.
De overheid, die waarschuwt voor sterke nederwiet, heeft dat grotendeels zelf veroorzaakt.
Hoe intensiever de jacht op wietkwekers des te kleiner de plantjes en des te hoger het THC-gehalte.
De wereld wordt helemaal op zijn kop gezet als de overheid overweegt om nederwiet naast heroïne en cocaïne als harddrug op lijst 1 van de Opiumwet te plaatsen. Een dergelijke maatregel zal het begin van het einde zijn van het Nederlandse succesvolle scheidingsbeleid
tussen de verkoop van soft- en harddrugs, een beleid dat de laatste jaren op steeds meer internationale erkenning kan rekenen.
Het is burgemeester Leers van Maastricht die nu ook de internationale weg inslaat door samenwerking te zoeken met België en Duitsland om het softdrugtoerisme naar Nederland terug te dringen. De term softdrugtoerisme geeft echter een verkeerde voorstelling van zaken omdat daarmee de suggestie wordt gewekt dat Belgen en Duitsers (en de honderdduizenden uit andere delen van de wereld die jaarlijks de Amsterdamse coffeeshops bezoeken), voor de aanschaf van softdrugs afhankelijk zijn van Nederland.
In Luik of Aken kunnen ook softdrugs gekocht worden. Het grote verschil met Nederland is dat het niet op vage achteraf adressen gekocht hoeft te worden maar in de open gecontroleerde sfeer van coffeeshops. De term coffeeshoptoerisme is dus meer op zijn plaats en geeft duidelijker aan dat niet Nederland maar het buitenland haar drugsbeleid moet veranderen om het drugstoerisme terug te dringen.
Helaas heeft het er alle schijn van dat het softdrugtoerisme aan de Nederlandse kant aangepakt wordt. Met de voorstellen voor het terugdringen van het aantal coffeeshops in de grenssteden, de invoering van een pasjessysteem om buitenlanders uit coffeeshops te weren tot een wietboulevard als ridicuul alternatief voor coffeeshops, schikt Nederland zich voor de zoveelste keer naar de kritiek vanuit het buitenland met als gevolg een verdere verschraling van haar drugsbeleid Het omgekeerde moet gebeuren dat Europa eindelijk gaat erkennen dat miljoenen rokers van softdrugs het recht hebben om op een normale manier hasj of wiet aan te schaffen en te gebruiken.
Dertig jaar coffeeshops in Nederland heeft haar nut hierbij bewezen. Het is een effectief instrument voor een duurzame scheiding tussen de verkoop van soft- en harddrugs.
Een evenwichtig lokaal coffeeshopbeleid zorgt ook voor weinig overlast. Het kan niet toevallig zijn dat Amsterdam, als enige stad in Nederland die de afgelopen tien jaar niet meegegaan is in het fors reduceren van het aantal coffeeshops, weinig overlast meldt terwijl de coffeeshops, naast de reguliere bezoekers, ook nog honderdduizenden toeristen ontvangen.
Burgemeester Leers, houdt uw coffeeshops open en pleit ervoor dat deze ook geopend worden in België en Duitsland. Alleen op die manier is het softdrugtoerisme naar uw stad terug te dringen met als kanttekening dat deze van zichzelf zal afnemen.
De kweek van nederwiet is in de rest van Europa niet onopgemerkt gebleven. Van Finland tot Spanje heeft de kweek een enorme vlucht genomen, zodat de gebruiker steeds makkelijker op lokaal niveau zijn wiet kan aanschaffen. Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld tot een afname van het toerisme naar Nederland leiden.
August de Loor
