Stuur dit nieuwsbericht door

De nieuwe beleidsvoorstellen voor het Nederlandse coffeeshopbeleid

De nieuwe beleidsvoorstellen voor het Nederlandse coffeeshopbeleid
van de regering na 100 dagen luisteren naar het volk

Op 14 juni 2007 presenteerde de regering haar beleidsvoorstellen als resultaat van honderd dagen luisteren naar wat er in de samenleving aan ideeën en gedachtes leeft.
Ten aanzien van het softdrugsbeleid, één van de belangrijkste hoekstenen van het Nederlandse drugsbeleid, leverden de honderd dagen een aantal voorstellen op met
een verbod op coffeeshops nabij scholen na 2011 als meest in het oog springend.
De regering licht de voorstellen als volgt toe.

De beschikbaarheid van softdrugs voor jongeren moet minder makkelijk worden. Uiterlijk in 2011 zullen alle gemeenten een minimale afstand tussen scholen en coffeeshops als criterium vaststellen en toepassen. Ten aanzien van de vastgestelde criteria wordt geen gedoogbeleid gevoerd. Bij illegale drugsteelt en -verkoop of bij andere overtredingen worden coffeeshops zonder pardon gesloten. Coffeeshops in de grensstreek worden tegengegaan. Over het te voeren coffeeshopbeleid is nader overleg met de gemeenten voorzien.
Dialoog

Op de site wietvrij.nl hebben burgers kunnen aangeven welke coffeeshops naar hun mening te dicht bij scholen zijn gevestigd. Er zijn 80 concrete voorbeelden aangedragen.

Zoals de toelichting aangeeft heeft de regering haar oor te luister gelegd bij de website WIETVRIJ.NL . Deze site is op initiatief van de regeringspartij, het CDA in maart 2007 gestart met een oproep van Premier Balkenende aan buurtbewoners om met name klachten over coffeeshops nabij scholen door te geven. Het is verontrustend dat de regering in haar besluitvorming zich laat leiden door een dergelijke website die, alleen al door de naam, niet anders dan uiterst eenzijdige, ongecontroleerde en subjectieve informatie kan opleveren.
Voor het ontwikkelen van het Nederlandse softdrugsbeleid had de regering in plaats van deze dubieuze website overleg moeten starten met die personen en instanties die al decennia lang betrokken zijn bij de dagelijkse praktijk van het lokale coffeeshopbeleid zoals beleidsambtenaren van gemeentes, politie, justitie (als controleurs van de AHOJ-G criteria voor coffeeshops), drugspreventiewerkers, VNG en lokale coffeeshopbonden.
Omdat dit overleg niet heeft plaatsgevonden sluiten de voorstellen op geen enkele manier aan op wat er zich op prakijkniveau afspeelt. Bijvoorbeeld; in bovenstaande toelichting wekt de regering de indruk dat coffeeshops zich schuldig maken aan allerlei illegale praktijken en dat de eigenaren het niet zo nauw nemen met het naleven van de AHOJ-G regels, waardoor de regering een sluitingsbeleid zonder pardon voorstelt. Zowel de gegevens van politie en justitie als de resultaten van onderzoek tonen aan dat coffeeshops zich zowel houden aan de landelijke gedoogregels als aan wat er op lokaal niveau aan beleid is vastgelegd.
Daarnaast leert de praktijk dat bij geconstateerde overtreding de lokale overheid de gangbare procedure toepast van woord en wederwoord met de coffeeshopeigenaar zodat de burgemeester beter in staat is een eindoordeel te geven. Het voorstel om coffeeshops zonder pardon te sluiten staat haaks op het beproefde beleid en zal alleen maar tot onnodige polarisatie leiden tussen eigenaren van coffeeshops en de lokale overheid.

Het voorstel om coffeeshops in de grensstreek tegen te gaan maakt duidelijk dat de regering weinig inzicht heeft in de ontwikkelingen van het softdrugstoerisme. In weerwil van het rigide drugsbeleid in menig Europees land neemt de omvang van de kweek van zogenaamde eurowiet toe waardoor de consument, waar dan ook in Europa steeds meer in de eigen regio tegen een betaalbare prijs cannabis kan aanschaffen. Dit betekent dat de aard en de omvang van het softdrugstoerisme naar Nederland zullen afnemen. De huidige aanpak van het softdrugstoerisme van samenwerking met de Duitse, Franse en Belgische politie, grootschalige controles op snelwegen en in treinen tot aan het blokkeren van woonwijken is louter symboolpolitiek, weinig effectief, erg kostbaar en roept zelfs in politie- en justitiekringen irritaties op.
Het voorstel om het aantal coffeeshops in de grensstreek terug te dringen past binnen dezelfde symboolpolitiek. In plaats daarvan zou de regering er goed aan doen steun te geven aan initiatieven in andere landen om het gebruik van cannabis te decriminaliseren als opstart voor een Europees softdrugsbeleid. Een dergelijke diplomatieke aanpak kan een effectievere
bijdrage leveren aan een afname van het softdrugstoerisme dan grootschalige politieacties en de afbraak van het Nederlandse coffeeshopbeleid.
In het regeerakkoord van een aantal maanden geleden werd al aangekondigd dat een afstandscriterium voor coffeeshops nabij scholen ingevoerd zal worden. Daar waar toen druggebruik op scholen als aanleiding werd genoemd komt de regering 100 dagen later met een meer algemeen argument dat de beschikbaarheid van softdrugs voor jongeren minder makkelijk moet worden. Denkt de regering nou werkelijk dat een afstandscriterium van coffeeshops nabij scholen de beschikbaarheid van softdrugs onder jongeren bemoeilijkt? Een paar honderd meter meer of minder maakt voor de beschikbaarheid van softdrugs niets uit, of die nou lopend, met de fiets of de scooter worden afgelegd.
De regering beseft blijkbaar niet dat coffeeshops pas bezocht mogen worden door personen van 18 jaar en ouder. De beschikbaarheid van softdrugs onder jongeren is dus niet afhankelijk van coffeeshops, of die nou ver of dichtbij scholen staan.(voor meer informatie zie de notitie;" een verbod op coffeeshops nabij scholen, een echt of een politiek probleem" Adviesburo Drugs mei 2007 www.adviesburodrugs.nl)

Ten slotte moet opgemerkt worden dat de mate van beschikbaarheid nauwelijks invloed heeft op het aantal gebruikers van drugs. Toe- en of afname van de populariteit van een bepaald middel, of dat nou soft- of harddrugs zijn, wordt beïnvloed door maatschappelijke processen van sociaal, culturele en economische aard. De praktijk leert dat maatregelen tegen de beschikbaarheid van drugs niet leiden tot een afname van het gebruik maar wel tot meer kans op misbruik en overlast.
De praktijk leert ook dat als eenmaal harde maatregelen zijn genomen deze, ondanks een toename van de problemen, niet meer teruggedraaid worden. Een voorbeeld dat direct met dit onderwerp te maken heeft is de maatregel uit 1996 om de minimum leeftijd om coffeeshops te mogen bezoeken te verhogen van 16 naar 18 jaar. De regering nam dit besluit om de beschikbaarheid van softdrugs onder jongeren moeilijker te maken. Sinds die tijd nam vooral onder kwetsbare en kansarme jongeren het problematische gebruik van cannabis toe met in het kielzog een toename van de straatoverlast.
Nu elf jaar later gebruikt de regering hetzelfde argument om coffeeshops nabij scholen te sluiten, terwijl de jongeren waar het om gaat de coffeeshops niet in mogen.

August de Loor

Terug naar het nieuwsoverzicht