Stuur dit nieuwsbericht door

Werkgroep toekomst amsterdams coffeeshopbeleid

Menigeen die zich betrokken voelt bij het Amsterdamse drugsbeleid zal zich nog wel de grootschalige politieacties tegen coffeeshops herinneren die in 1993 plotseling op gang kwamen. Met het afzetten van delen van wijken, 500 man politie, helikopters en stadsbussen voor arrestanten werden per actie tientallen coffeeshops gesloten. De kranten stonden bol met verontrustende berichten over de omvangrijke buit van tientallen arrestaties van illegalen, in beslagname van heroïne, vuurwapens, illegaal vuurwerk enz., dat de vraag opriep wat er zich allemaal aan zeer ongewenste ontwikkelingen in coffeeshops voordoen. Was deze buit niet het bewijs dat het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs met de coffeeshop ‘als uitvoerend orgaan' een illusie bleek te zijn?

Het was voor mij aanleiding tot het schrijven van een open brief in Het Parool omdat na onderzoek bleek dat het overgrote deel van de invallen niets met coffeeshops te maken had maar met privé (deal) adressen, cafés en (Turkse) koffiehuizen en de wedervraag opriep of de buit wel in coffeeshops was gevonden.
De open brief leidde niet alleen tot de oprichting van de BCD (Bond van Cannabisdetaillisten) maar ook tot verhitte discussies in de gemeenteraad tegen dit politiebeleid en voor de oprichting van een werkgroep met als opdracht hoe het Amsterdamse coffeeshopbeleid er voor de toekomst uit moest zien.
Deze breed samengestelde werkgroep kwam met een veelheid aan voorstellen.
Het was burgemeester Patijn die de voorstellen als leidraad gebruikte voor het inslaan van nieuwe wegen in het coffeeshopbeleid (1995) waar de huidige burgemeester Cohen verdere invulling aan gegeven heeft. Het resultaat is dat het Amsterdamse coffeeshopbeleid in menig opzicht met kop en schouders boven die van de andere grote steden in Nederland uitsteekt.

En nu wil het Amsterdamse stadhuis op verzoek van het stadsdeel voorzittersoverleg, opnieuw een werkgroep samenstellen maar nu om het coffeeshopbeleid te herijken waarbij in het bijzonder aandacht besteed moet worden aan de stand van de wetenschap over de gezondheidsrisico's van cannabis en inzicht in de effecten van coffeeshops op het woon- en leefklimaat. In een overleg met de BCD gaf het stadhuis aan dat de werkgroep samengesteld wordt uit vier voorzitters van evenzoveel deelraden en een onderzoeker van de GGD.

Er zijn zowel vraagtekens te zetten bij de beperkte samenstelling van de werkgroep als wat men wil onderzoeken.
Zo zijn er de laatste jaren vanuit binnen- en buitenland nog nooit zoveel rapporten verschenen met elkaar tegensprekende conclusies over de risico's van het gebruik van cannabis. Naast de Babylonische spraakverwarring die dit oplevert heeft de mate van risico van het gebruik van cannabis weinig van doen met het coffeeshopbeleid.
En als het risico wel van invloed zou zijn op dit beleid, dan moeten de stadsdeelvoorzitters consequent zijn en morgen alle cafés en andere horecagelegenheden sluiten waar alcohol geschonken wordt.
Een ander bezwaar is de beperkte samenstelling van de werkgroep. De GGD houdt zich al decennia lang hoofdzakelijk bezig met de problematiek van harddrugsverslaafden en heeft geen dossier opgebouwd met coffeeshops en het coffeeshopbeleid.

De inbreng van de voorzitters zal zich logischerwijs beperken tot een discussie van het sluiten van coffeeshops. Waar er volgens de ene voorzitter in zijn/haar deelraad teveel van zijn, tot de andere voorzitter van een deelraad met weinig of geen coffeeshops die dat, bang voor buurtprotest, het liefst zo wil houden.

Er is in mijn ogen een werkgroep nodig die het lokale belang kan overstijgen, met als taak om het Amsterdamse coffeeshopbeleid vanuit een breed perspectief te evalueren.
Deze evaluatie is alleen maar mogelijk als de werkgroep multidisciplinair is samengesteld met beleidsambtenaren van de centrale stad en de deelraden, vertegenwoordigers van politie, justitie, buurtregisseurs en uiteraard de GGD, de Jellinek, het Trimbos-instituut, het Adviesburo Drugs en vertegenwoordigers uit de coffeeshopbranche, de BCD.
Deze breed samengestelde werkgroep is tevens in staat om na te gaan hoe Amsterdam het ‘anticoffeeshopbeleid' van de landelijke overheid het beste kan opvangen zoals het verbod van coffeeshops nabij scholen, de weigering van minister Klink om coffeeshops uit te zonderen van de tabakswet voor de horeca, het voorstel van het zonder pardon sluiten van coffeeshops bij elke overtreding van de AHOJ-G regels, de weigering van de regering voor welk experiment van de achterdeur dan ook en het jongste initiatief uit de Tweede Kamer voor een verbod op growshops.

Bovengenoemde multidisciplinaire werkgroep geeft voldoende garantie hoe het Amsterdamse coffeeshopbeleid geïntegreerd kan worden binnen de algemene doelstellingen van het Amsterdamse beleid van het zoeken naar een evenwicht tussen de woon-, werk- en vrijetijdsfuncties van onze stad

August de Loor
Stichting Adviesbureau

Terug naar het nieuwsoverzicht