Terug naar criminaliteit en scooterjongetjes

Gepost op: 18-02-2012 door admin

Het voorgenomen regeringsbeleid zal in enkele jaren een einde maken aan de coffeeshops zoals we die nu kennen. Een noodkreet van voorman Jan Goos van de Amsterdamse coffeeshops en adviseur August de Loor.


Met een wijde boog zijn de coffeeshops weer terug bij af. Het licht dat in de jaren zeventig en tachtig in de shops is ontstoken, om de markten voor soft en hard drugs te scheiden, gaat uit. Het is binnen een paar jaar afgelopen met de kleinschalige coffeeshops zoals de meeste van de nu nog pakweg 220 die over de stad zijn verspreid, in een fijnmazig netwerk dat een enorme markt bedient. Het zijn grote woorden die voorzitter Jan Goos van de Amsterdamse Bond van Cannabisdetaillisten (BCD) en adviseur August de Loor van Adviesburo Drugs kiezen. Het moet maar eens, vinden ze.

“De overheid is alleen nog bezig met verbieden, verbieden, verbieden. Als het regeringsbeleid straks werkelijkheid wordt, kan het in twee jaar gebeurd zijn met de huidige coffeeshops,” zegt Goos. “Dan gaan we terug naar een illegaal straathandelcircuit van scooterjongetjes en mannen met lange jassen. Cafés zullen vaker wiet gaan verkopen van onder de toonbank, zoals nu al gebeurt. Mensen gaan 2 nieuwe ruimtes verzinnen om te blowen. Ze zoeken een uitweg. De hele handel gaat weer ondergronds.”

De regel dat vanaf 2014 binnen 350 meter van een middelbare school geen coffeeshop mag zitten, betekent volgens Goos en De Loor dat 115 Amsterdamse shops weg moeten. Daarbovenop moeten er 23 weg van de Wallen. Goos: “De gemeenteraad heeft in 2009 besloten dat alle shops die ergens weg moeten, mogen verhuizen. Nu komt de gemeente in al haar wijsheid ineens met een proef waarin vijf shops van de Wallen naar een nieuwe plek mogen. Vijf!”

De wietpas zal ook funest uitpakkken. “Coffeeshops mogen dan nog maximaal tweeduizend leden hebben, die zich moeten laten regisseren. Ten eerste is tweeduizend leden veel te weinig om aan de vraag te kunnen voldoen en je shop te kunnen exploiteren,” zegt Goos, die zelf vier coffeeshops heeft in de stad. “Ten tweede willen heel veel mensen zich niet laten registeren. Wat gebeurt er met die gegevens? In Almere hebben ze een proef met registratie en schijnen mensen die veel wiet kopen al een brief te krijgen van de Jellinek! Overheden moet je nooit vertrouwen en je recht op privacy is straks opgeheven.”

Het verval van het softdrugsbeleid begon in de ogen van Goos en De Loor in 1995, toen alle Amsterdamse coffeeshophouders een gedoogverklaring ondertekenden, waarmee ze zich onderwierpen aan invallen van het Horeca Interventie Team (HIT) van de politie. Ze zouden volop meewerken aan pogingen de goeden van de kwaden te scheiden.

“Wij omarmden de afspraken met de toenmalige burgemeester Schelto Patijn, want wij wilden de misstanden ook uitbannen. Maar al snel keerde het beleid zich tegen ons”, zegt Goos.

“Ze zijn op ons gaan jagen, je shop ging dicht als ergens een stash (bergplaats) was gevonden – waar je nu eenmaal een officieel illegale wietvoorraad moet hebben van een paar kilo. We mogen maar vijfhonderd gram in de shop hebben, maar dat is nooit genoeg. Een melkboer kan ook niet met één krat voorraad toe. Voorheen werd zo’n stash gedoogd binnen vijfhonderd meter van je shop. Nu niet meer.”

De Loor: “Korpschef Jelle Kuiper zei later dat hij eigenlijk wel wat anders had te doen met zijn politie dan de coffeeshops binnen te vallen. Bij driehonderd controles had zijn HIT-team zeven keer een minderjarige aangetroffen. Toch, de symboolpolitiek bleef en de repressie nam snel toe.”

‘Jelle Kuiper zei dat agenten wel wat beters te doen hadden’

Goos: “Ze begonnen aan de achterdeur te rommelen (de inkoop van hasj en wiet door de coffeeshops). Justitie vroeg de elektriciteitsrekeningen op en viel binnen bij thuiskwekertjes die een opvallende hoge rekening hadden. Dat had twee effecten. De kleine telers gingen achter de meter vandaan en pleegden dus voortaan misdrijven. De grootschalige, professionele teelt won terrein.

Door de opkomst van nederwiet hadden de kleine kwekers juist een belangrijk deel van de overgenomen van de georganiseerde misdaad, die grote partijen hasj importeerde. “Coffeeshops konden een heel aardige, diverse menukaart aanbieden,” zegt Goos. “Toen kwam het verhaal dat de kleine kwekers voor georganiseerde criminelen werkten. Dat had een simpele reden: een kweker die bij de rechter zei onder druk te hebben gestaan, kreeg een milde straf. Die onzin kwam de overheid goed uit.”

De Loor: “Dat hele fijnmazige netwerk van kleine kwekers wordt nu gesloopt. In Amsterdam krijgen coffeeshophouders nu voortdurend één soort wiet aangeboden, omdat veel kleintjes zijn weggesaneerd en de groten overleven. De markt is verschraald en de prijzen worden opgestuwd.”

Goos en De Loor zien een opmerkelijke ontwikkeling. Waar nederwiet tot trots van de branche lang 3 de markt beheerste en een populair (zij het veelal illegaal) exportproduct werd, is nu de eurowiet in opkomst. Van exporteur wordt Nederland (ook) importeur.

Goos: “Terwijl hier de markt kapot wordt gemaakt, zijn de wietkwekerijen in Duitsland, België, Spanje en het voormalige Oostblok in opkomst. In toenemende mate worden Nederlandse shops bevoorraad door landen om ons heen. Knap gedaan hoor. Daar wordt wiet steeds gewoner en wij gaan terug naar de jaren vijftig.”

De Amsterdamse coffeeshopbranche heeft lang gehoopt op diplomatiek ingrijpen in het regeringsbeleid. Het stadsbestuur, met respectievelijk de burgemeesters Job Cohen en Eberhard van der Laan voorop, zou voor Amsterdam de scherpe kantjes van de regeringsplannen kunnen slijpen, was de verwachting. Dat vertrouwen is weg.

“Van der Laan komt in Den Haag niet verder dan te wijzen op de risico’s dat het toerisme zal afnemen en de straathandel opbloeit,” zegt De Loor. “Minister Ivo Opstelten lacht daarom! Hij is die zogenaamd laagwaardige toeristen liever kwijt dan rijk en denkt de straathandel met een keiharde aanpak wel te kunnen bestrijden.” Het stadsbestuur zou juist moeten hameren op de waarde van de coffeeshops voor de stad, in zowel sociaal als economisch opzicht.

De Loor: “De coffeeshops zijn voor velen vergelijkbaar met de wel alom geaccepteerde cafés – als ontmoetingsplaatsen waar je lekker geniet, al is het niet van je biertje maar van je jointje.”

‘We worden al bevoorraad door de landen om ons heen’

Ook economisch zijn de shops belangrijk, rekent Goos voor. “Een gemiddelde shop zet een kilo wiet om per dag. Dat is goed voor, zeg, achtduizend euro, waarover gewoon belasting wordt betaald. Dat is dertig kilo per maand, maal 220 coffeeshops in de stad, dus tel uit je winst. Reken het verlies aan toeristen daarbij en je ziet wat het vernielen van de branche je alleen al aan directe schade oplevert.”

In plaats van de belangen van de coffeeshopbranche te behartigen, voert het stadsbestuur ook lokaal een repressief beleid, klagen Goos en De Loor. Ze zijn kwaad over het bericht onlangs in deze krant dat de gemeente alle coffeeshops gaat doorlichten op betrokkenheid van criminelen en op misbruik van vergunningen voor misdrijven.

“Het stadsbestuur schept, juist nu het erop aankomt, een negatieve sfeer rond de coffeeshops. Uit het beruchte Emergo-onderzoek zou blijken dat een groot deel van de shopmedewerkers een strafblad heeft. Als je het rapport goed leest, blijkt dat werknemers die antecedenten vaak hebben opgelopen vóórdat ze in de coffeeshop gingen werken. Met dat strafblad kunnen ze nergens anders heen, maar eenmaal in zo’n shop zijn het voorbeeldige werknemers. Wees blij, zou ik zeggen.”

Goos: “Ik wilde voor één van mijn shops een jongen als beheerder aanstellen, maar hij was ooit gepakt met een paar wietlampen. Dat kan dan niet op een normale manier. Belachelijk. Waar moet zo’n jongen dan naartoe om een nieuw leven te beginnen? We worden gecriminaliseerd.”

Goos en De Loor beamen dat in de coffeeshopbranche en de wiethandel misstanden bestaan, maar zeggen die juist samen met de overheid te willen bestrijden.

De Loor: “Maar eerst moeten we ons op iets anders concentreren, namelijk op de dreigende ondergang van de coffeeshop. Van der Laan gedraagt zich als de vader die zijn zoontje toespreekt dat het huiswerk moet maken, terwijl het huis om hen heen in brand staat. Het coffeeshopbeleid staat in de fik en iedereen moet helpen blussen!”

‘Sociale functie’

Als morgen alle cafés sluiten, telt het land overmorgen de helft meer alcoholisten, is de overtuiging van August de Loor. Hij trekt de vergelijking door naar de coffeeshops. “Het zijn plekken waar héél veel mensen zich op hun gemak voelen, uit alle lagen van de bevolking. Als je dat afpakt, ontstaat er enorme woede en daarvan hebben we al zoveel.”

Volgens De Loor en Goos is de coffeeshop allang even breed verankerd in ‘het gewone volk’ als het café. Goos: “In mijn twee shops in Noord komen sommigen ook echt voor een kop koffie, om een kaartje te leggen en hun verhaal te doen. Als die wietpas straks is ingevoerd, de registratieplicht zijn werk doet en coffeeshops veredelde gebruikersruimtes worden waar je niet vrijelijk mag in- en uitlopen, raken die klanten hun plek kwijt.”

“Dat we nu met vervuilde wiet zitten en de coffeeshops ten onder dreigen te gaan, betekent dat we met een U-bocht zijn uitgekomen waar we in de jaren zeventig en tachtig juist per se niet wilden uitkomen,” zegt De Loor. “De coffeeshops zijn toen juist ook opgezet voor de preventie en de wens de harddrugsmarkt van die voor softdrugs te scheiden. Dat gooi je allemaal kapot.”

De sociale functie van de coffeeshops wordt miskend, vinden Goos en De Loor, en is niet of nauwelijks terug te vinden in het beleid. “Ik hoor uit Londen, maar ook uit andere landen waar veel spanningen met jongeren zijn geweest, dat wij hier geen rellen hebben doordat de jongeren hier wél ergens terecht kunnen. Ten dele zijn dat de coffeeshops,” zegt De Loor.

Parool 18 februari 2012
Tekst: Paul Vugts
Foto: Bart Koetsier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *