ADVIESBURO DRUGS
Het Adviesburo is in 1986 opgericht door August de Loor en heeft sinds 1994 een stichting als rechtsvorm met een bestuur en een raad van adviseurs.
Bestuur:
Drs. J.C. Filedt Kok, voorzitter
Drs. F.P. Knaack, penningmeester
G.P.D. Thesingh, secretaris
A. Hollander, algemeen bestuurslid
Raad van Adviseurs:
Drs. G. Fabius, C.Deutsch, J. Korver, N.C. Strietman, T. Jansen, J.J. Arnold
Staf:
August de Loor, Herman Matser, Jessie Berger
De Stichting stelt zich ten doel:
* Het verhogen van kennis en inzicht in alles wat met het gebruik van drugs te maken heeft en dit ter beschikking stellen aan een zo breed mogelijk publiek;
* Het terugdringen van de negatieve gevolgen van het gebruik van drugs.
Deze doelen worden gerealiseerd door:
1. Het signaleren van de jongste trends in zowel vraag als aanbod van de drugsmarkten, zoals de opkomst van nieuwe drugs, nieuwe versnijdingen, nieuwe innamentechnieken, nieuwe consumentengroepen of nieuwe productie- en/of distributiekanalen.
2. Op basis van deze kennis een bijdrage leveren aan een van de belangrijkste doelstelling van het Nederlandse drugsbeleid van het zoveel mogelijk beperken van de risico's van druggebruik.
3. Het initiëren c.q. begeleiden van belangenverenigingen of andere vormen van zelforganisatie van gebruikers en/of sleutelfiguren binnen de drugsmarkten.
4. Het begeleiden van deze verenigingen met als doel deze in te schakelen bij het bedenken en uitvoeren van drugspreventie en -voorlichting.
5. De kennis en ervaring verzamelt uit bovengenoemde werkzaamheden vertalen in beleidsadviezen en deze, gevraagd of ongevraagd, ter beschikking stellen aan lokale en landelijke overheden en instellingen in de gezondheidszorg, verslavingszorg, drugsonderzoekers en anderen personen en instanties die direct of indirect betrokken zijn bij het Nederlandse drugsbeleid
Toelichting verbondenheid Adviesburo met belangenverenigingen
In zijn hoedanigheid als straathoekwerker (gestart in 1971) was de directeur van het Adviesburo in 1975 medeoprichter van de MDHG, de eerste belangenvereniging in Nederland van en voor harddrugsverslaafden. De MDHG groeide uit tot een denktank waar zeer veel projecten uitgedacht en zienswijzen ontwikkeld werden die nu nog steeds een integraal onderdeel vormen van het Nederlandse drugsbeleid. Het ruilen van spuiten, heroïneverstrekking, het testen van drugs, laagdrempelige methadonprogramma's zijn niet meer weg te denken en hebben over de hele wereld navolging gekregen. Vanaf de jaren negentig, toen andere belangenverenigingen opgericht werden (landelijk overleg partyorganisatoren-1992, de Bond van Coffeeshopeigenaren BCD-1994, het landelijk overleg lokale coffeeshopbonden LOC-2004 en de vereniging van Smartshopeigenaren VLOS-1995) fungeert het Adviesburo als adviseur (gezondheidspreventie) van deze verenigingen.
Al deze verenigingen blijken steeds weer effectieve instrumenten te zijn bij de uitvoering van preventie en voorlichting. In elk opeenvolgend jaarverslag van het Adviesburo staan hier vele voorbeelden van. Het is alleen al hierom dat het Adviesburo veel tijd en moeite steekt in het adviseren van deze verenigingen.
De contacten van het Adviesburo met belangenverenigingen biedt zowel Amsterdam als VWS de mogelijkheid om met hen in overleg te treden. Zo voert de gemeente Amsterdam sinds 1994 overleg met de belangenvereniging van coffeeshopeigenaren, de BCD voor het ontwikkelen van het lokale softdrugs- en coffeeshopbeleid. In navolging van de BCD zijn er ook in andere steden lokale coffeeshopbonden opgericht, wat uiteindelijk geleid heeft tot de oprichting van het Landelijk Overleg Coffeeshopbonden. Dit landelijk Platform biedt de mogelijkheid dat ook op nationaal politiek en bestuurlijk niveau overleg kan plaatsvinden met de coffeeshopbranche.
Werkzaamheden ter ondersteuning van het lokale en landelijke drugsbeleid
Al decennia lang erkent zowel het Ministerie van VWS als de gemeente Amsterdam het nut van bovenbeschreven werkzaamheden. Vandaar dat de Stichting subsidie van beide overheden ontvangt. Daarnaast worden inkomsten gegenereerd uit het adviseren van belangenverenigingen, het verzorgen van workshops, trainingen en cursussen, deelname aan conferenties en begeleiden van (inter)nationale delegaties en, in het kader van de Nationale Drugsmonitor, het testen van drugs. Beide overheden zijn niet alleen op de hoogte van deze inkomsten maar spreken daarover ook hun waardering uit, omdat het Adviesburo daarmee haar maatschappelijke inbedding aantoont alsmede dat deze werkzaamheden aansluiten op de doelstellingen van het Nederlandse drugsbeleid.
Het ontvangen van (internationale) delegaties biedt de gelegenheid de vaak vele misverstanden die er in het buitenland over het Nederlandse drugsbeleid bestaat weg te nemen. Het biedt tevens de mogelijkheid om de projecten, zoals spuitenruil en het testen van drugs onder internationale aandacht te brengen.
HET SIGNALEREN VAN DRUGSTRENDS
Zonder kennis over de actuele trends in vraag en aanbod van drugs is het niet mogelijk preventie en voorlichting te plegen alsmede overheden, haar uitvoerende instanties en belangenverenigingen van advies te voorzien.
Het in beeld krijgen van de jongste trends in vraag en aanbod van drugs valt en staat bij het kunnen beschikken over betrouwbare bronnen. Vanwege de illegaliteit en het taboe rond drug en druggebruik is het verzamelen van deze bronnen een moeilijke aangelegenheid. Middels een pakket aan werkzaamheden, zoals het drugstestspreekuur, de drugsinfolijn, overleggen met belangenverenigingen en sleutelfiguren, beschikt het Adviesburo over uiteenlopende bronnen, waarmee inzicht verschaft kan worden over de meest actuele trends in vraag en aanbod binnen vijf te onderscheiden drugsmarkten, te weten:
1. de markt van cannabis, het na alcohol meest populaire genotsmiddel;
2. de markt van uitgaansdrugs van o.a. XTC, cocaïne (snuif), amfetamine, GHB;
3. de markt van smartproducts
4. de markt van hallucinogene drugs zoals bepaalde soorten cactussen, kruiden, paddo's en LSD;
5. de markt van roesmiddelen van die van heroïne en cocaïnebase (de wereld van verslaafden aan deze middelen).
Dit onderscheidt tussen groepen gebruikers, productie- en/of handelslijnen betekent niet dat er geen overeenkomsten tussen de markten bestaan, maar deze zijn echter veel kleiner dan de verschillen, zodat met recht van opzichzelfstaande drugsmarkten in zowel vraag als aanbod gesproken kan worden.
Het Adviesburo verzamelt informatie over de markten van smartproducten en van hallucinogenen via het adviseren van het landelijke overleg van smartproducten (VLOS), via contacten in het veld, bezoeken aan smartshops, en onderzoek naar nieuwe smartproducten, het testen van hallucinogenen en het raadplegen van internet.
Informatie over vraag en aanbod van uitgaansdrugs wordt verzameld via het drugstestspreekuur (waar voornamelijk uitgaansdrugs ter analyse worden aangeboden), via de drugstelefoon, via bezoeken van party's en advisering van partyorganisatoren, eerstehulpposten op party's, lokale CPA's en ambulancediensten.
Informatie over de wereld van verslaafden wordt verkregen via het bezoeken van de ‘werkvloer' van de verslavingszorg, het bezoeken van drugspanden en via overleg met belangenverenigingen van drugsverslaafden.
Informatie over cannabis wordt verkregen via het bezoeken van coffeeshops, growshops, kwekerijen, via overleg met lokale coffeeshopbonden en het landelijke overleg van coffeeshopbonden, het LOC.
Het spreekt voor zich dat bij al deze contacten, overleggen, veldonderzoeken een vertrouwensrelatie de voorwaarde is om tot vruchtbare resultaten te komen. Aan de andere dient de noodzakelijke professionele distantie in acht genomen wordt. Gezondheidspreventie, het terugdringen van de risico's van druggebruik is de drijfveer van het werk van het Adviesburo. Overidentificatie met druggebruikers, belangenverstrengeling met sleutelfiguren of een volgzame houding naar instanties of overheden mag daarbij geen sprake zijn. Sterker nog, zonder professionele afstand is het niet mogelijk die informatie binnen te krijgen wat een betrouwbaar beeld geeft over de ontwikkelingen van de drugsmarkten. Zoals eerder aangegeven is het verzamelen van informatie over een onderwerp wat omgeven is met illegaliteit en taboe een complexe aangelegenheid. Aan de hand van een uitleg over het drugstestspreekuur wordt duidelijk wat er allemaal komt kijken om de trends van vraag en aanbod over de markt van uitgaansdrugs in beeld te krijgen.
Drugstestspreekuur
Het testspreekuur is iedere werkdag van 10:00-17.00 uur open en op donderdagavond tot 19:30 uur.
Op maandagochtend is er een extra spreekuur. Een koeriersdienst komt om twaalf uur langs om zowel de labmonsters verzameld in de week daarvoor, als die van maandagochtend op het DIMSlab van het Trimbosinstituut af te leveren. Op donderdagmiddag komen de labresultaten binnen, zodat van een groot deel van de monsters al na drie dagen de uitslag bekend is, en belangrijk!: zonder dat daar een weekend tussen zit.
Om voldoende tijd te hebben om de gebruikers te informeren over de labuitslagen die op donderdagmiddag zijn binnengekomen is het spreekuur tot half acht open. Het is deze ruime opzet van het testspreekuur dat de bezoekers niet alleen uit Amsterdam, maar ook uit de rest van het land afkomstig zijn, zodat de informatie die zij aanleveren, het Adviesburo een landelijk inzicht geeft over de ontwikkelingen van de drugstrends binnen bovengenoemde drugsmarkten.
Pro-weekendsysteem
Deze opzet van het testspreekuur van het nog op maandagochtend kunnen inleveren van drugsmonsters tot het al op donderdagavond ophalen van de labuitslag noemt het Adviesburo het pro-weekendtestsysteem. Dit systeem is afgestemd op het gegeven dat het zwaartepunt van het gebruik van uitgaansdrugs in het weekend ligt. Het is dus van het grootste belang dat vóór ieder weekend alle relevante informatie is verzameld van de monsters die die week zijn ingeleverd, zodat:
1) Vóór ieder weekend gebruikers geïnformeerd kunnen worden op basis van de meest recente data van de geanalyseerde drugsmonsters.
2) Vóór ieder weekend op basis van de meest recente data in het aanbod van uitgaansdrugs risicoanalyses opgesteld kunnen worden van party's of andere evenementen die dat weekend plaatsvinden en waar verwacht mag worden dat daar drugs gebruikt worden.
3) Deze analyses zijn ook van belang voor ambulancediensten en eerstehulpposten van ziekenhuizen waarvan het zwaartepunt aan eerstehulp bij uitgaansdrugs in het weekend ligt.
4) Met het pro-weekendsysteem kan het Adviesburo de meest actuele informatie aanleveren voor het Kernteam Red Alert van het DIMS of, en zo ja, hoe voor dat weekend een waarschuwingscampagne (Red Alert) uitgevoerd moet worden.
5) En tenslotte is het met dit systeem mogelijk om voor het weekend "foute" partijen drugs van de markt verwijderd te krijgen. Het is de gebruiker die het gewraakte drugsmonster van de "foute" partij heeft ingeleverd die hiervoor ingeschakeld kan worden. Dit noemt het Adviesburo het inspelen op het zelfcorrigerend vermogen van de markt van uitgaansdrugs.
Het ruimschoots de tijd nemen voor de bezoekers is vooral van belang bij opvallende (lees: verontrustende) labuitslagen. Want hoe verontrustender de uitslag, hoe meer tijd dit vergt om de gebruiker te waarschuwen over wat dit aan gezondheidsrisico's kan betekenen.
Hetzelfde avondspreekuur biedt ook de gelegenheid om de s'middags verkregen labresultaten aan nader onderzoek te onderwerpen, middels vakliteratuur, internet of het archief van het buro met informatie over de desbetreffende markt waar het monster uit afkomstig is. Al dit uitzoeken is vooral nodig als de labuitslagen afwijken van de informatie waarop de monsters zijn ingeleverd of als nieuwe stoffen of versnijdingen zijn aangetroffen en nog belangrijker als de gezondheidszorg in het geding is.
Al deze informatie wordt verzameld voordat de aanleveraar langskomt voor de uitslag, zodat zowel optimale voorlichting gegeven kan worden over de risico's van het betreffende drugsmonster als dat de gebruiker bereid is openheid van zaken te geven over de markt waar het monster uit afkomstig is.
Zelfcorrigerend vermogen van drugsmarkten
Met ondersteuning van het DIMS-project onderhoudt het Adviesburo, net zoals de andere drugsteststations in Nederland een unieke communicatie met gebruikers van overwegend uitgaansdrugs, (middelen uit de andere drugsmarkten zoals heroïne en cocaïnebase worden veel minder getest). Het bijzondere van het testsysteem is dat daarmee gebruikers bereikt worden die normaliter onbereikbaar blijven voor preventie en voorlichting (recreatieve druggebruikers blijven in principe buiten beeld van de verslavingszorg). Deze bereikbaarheid biedt de mogelijkheid dat, zodra er vanuit gezondheidspreventie bedenkelijke tabletten of poeders geanalyseerd worden de gebruikers hierover geïnformeerd kunnen worden. Met dit laatste komt een waarschuwingssysteem op gang dat de gebruikers deze voor hen zorgwekkende informatie doorsluizen naar hun achterban van collega-gebruikers en de handelslijnen waar de betreffende drug uit afkomstig is. Het zijn de handelslijnen die op hun beurt, deze voor hen ongewenste situatie serieus nemen zodat op die manier de bedenkelijke partij drugs van de markt verdwijnt.
Het testen van drugs speelt bij dit corrigerend vermogen een ondersteunende rol (het testen versnelt het zelfcorrigerende vermogen). Het moge duidelijk zijn dat dit corrigerende effect meer tot zijn recht komt bij drugs die lokaal geproduceerd worden, zoals XTC, speed, LSD en GHB. Vooral bij tabletten zoals XTC speelt dit, omdat tabletten t.o.v. poeders meer herkenbare aanknopingspunten heeft zoals vorm, kleur, logo, enz, zodat de waarschuwingscampagnes zeer gericht en nauwgezet uitgevoerd kunnen worden. Het is om die reden dat het Adviesburo in de jaren negentig van de vorige eeuw het tabletten-determineersysteem heeft uitgevonden wat nog steeds het "hart" vormt van het DIMS-project.
Het unieke van het drugstestsysteem is dat zolang de bedenkelijke partij drugs nog in omloop is de gebruikers via de teststations gewaarschuwd worden en als nodig de gezondheidsinstanties van de CPA-meldkamers, ambulancediensten, EHBO-posten op party's tot de toiletjuffrouwen van discotheken aan toe. Het moge duidelijk zijn dat het testsysteem zeer veel ongelukken in de gebruikerswereld voorkomt, zeer veel kosten bespaart voor de gezondheidzorg en zeer veel leed voorkomt onder ouders, familieleden en vrienden van gebruikers van uitgaansdrugs (die in het algemeen nog van jonge leeftijd zijn en nog een heel leven voor zich hebben).
Het zijn al deze voordelen van het testen van drugs dat de bezoekers van het testspreekuur een grote bereidheid aan de dag leggen om allerlei (inside) informatie te verstrekken over de wereld van drug en druggebruik, informatie die zonder het testen van drugs nooit verstrekt zal worden. Het testen van drugs levert de ogen en oren op over wat zich binnen de drugsmarkten aan trends in vraag en aanbod afspelen met als belangrijkste rendement dat deze informatie, vertaald in drugspreventie en -voorlichting via hetzelfde spreekuur gelijk weer teruggekoppeld kan worden naar de wereld van gebruikers.
Het testen van drugs is de ultieme symbiose tussen preventie en signalering.
